Het sluiten van kringlopen (woningen, grondstoffen, materialen, energie etc) stuit op dit moment nog op een groot aantal deels samenhangende hindernissen verspreid over de verschillende maatschappelijke domeinen. Zo is er bijvoorbeeld in het sociaal-culturele sprake van een sterke mate van overconsumptie en gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Bovendien ligt de nadruk meer op esthetiek dan op duurzaamheid en is het wantrouwen tegen noviteiten diep in de genen van de Vlaming geworteld. Op economisch terrein zien wij relatief lage prijzen voor energie en transport, keuzes die bepaald worden op basis van kostprijs in plaats van maatschappelijk waarde en de nadruk op winstmaximalisatie als voorbeelden van belangrijke knelpunten. Tevens worden nog steeds zeer veel materialen toegepast die op de een of ander manier schadelijk zijn voor het milieu. Vaak wordt de schadelijkheid ervan nauwelijks erkend en / of ontbreekt voldoende kennis en informatie, bijvoorbeeld over alternatieven. Dit wordt ons inziens mede veroorzaakt doordat de (vak)opleidingen en het reguliere onderwijs te weinig aandacht voor duurzaamheid hebben. Bovendien komt er, ondanks de vele goede initiatieven en positieve ontwikkelingen, nog veel bouwafval vrij en worden weinig lokale grondstoffen toegepast. Ook op beleidsmatig terrein zijn er de nodige knelpunten. Wij noemen in dit verband bijvoorbeeld stedenbouwkundige beperkingen, achterlopende productnormering en kwaliteitsborging evenals het korte termijnbeleid in het algemeen.

Werkgroepvoorzitters: Peter Van Acker (OVAM) - Dirk Verbeeck (Kamp C)

In dit kader werden reeds 9 projecten ingediend, waarvan er reeds 4 worden uitgevoerd:

 

MAT/05/B: Kwaliteitsnorm duurzaamheid ontwikkelen (woonkwaliteitspeil)

Doel:
Een integrale en transparante kwaliteitsnorm duurzaamheid op gebouwenniveau.

We gaan verschillende stappen zetten om te komen tot een integrale en transparante kwaliteitsnorm duurzaamheid (woonkwaliteitspeil) op gebouwenniveau.

Deze kwaliteitsnorm onderzoekt zowel de aspecten zoals materialen, water en energie, als de economische, sociale en culturele duurzaamheidsaspecten inzake wooncomfort.

 

MAT/06/B: Labels: Basislabel en gestrengd ecolabel

Doel:
Een basislabel en een gestrengd ecolabel (bio-ecologisch) ontwikkelen voor bouwproducten.

Productlabels zijn een belangrijk instrument om de consument informatie te verschaffen en milieubewust consumeren te stimuleren. Op internationaal niveau bestaan er reeds verschillende labels voor bouwproducten en ook de EU werkt hieraan.

Het uiteindelijke doel is dat tegen 2030 30% van de bouwmaterialen een algemeen ecolabel en een bio-ecologisch label, bovenop een collectief EU-keurmerk met milieurelevante criteria, heeft.

 

MAT/07/B: Etikettering bouwmaterialen

Doel:
Etikettering bouwmaterialen invoeren.

Via etikettering kunnen consumenten op de hoogte gebracht worden van de samenstelling van de producten en zo de producten die milieugevaarlijke stoffen bevatten, vermijden. Dit stimuleert het milieubewust consumeren en draagt bij tot een verduurzaming van de productieketen.

 

MAT/08/B: Streekeigen land- en bosbouwproducten voor de bouwsector

Doel:
Stimulansen ontwikkelen voor de productie en de verkoop van land- en bosbouwgrondstoffen t.b.v. de bouwsector onder de randvoorwaarde dat de hele cyclus per saldo een positieve milieu-impact heeft.

Meer kwalitatief hoogstaande bouwmaterialen moeten uit hernieuwbare grondstoffen geproduceerd worden, verkocht en gebruikt worden in de bouwsector. De productie en het gebruik van die grondstoffen in Vlaanderen moet gestimuleerd en gepromoot worden. Hiervoor moet een marktintroductieprogramma gelanceerd en de nodige opleiding verzekerd worden.

Hier vindt u de presentatie van de startnota voor het onderzoek.

 

MAT/09/B: Duurzaam gebruik van kunststoffen in de bouw

Doel:
De koolstofkringloop sluiten bij het gebruik van kunststoffen in de bouw.

Vergelijkend onderzoek toont aan dat kunststoffen in de meeste toepassingen, in vergelijking met alternatieve materialen, energie besparen en emissies van broeikasgassen beperken. Kunststoffen kunnen bijdragen tot een meer duurzame bouwpraktijk in Vlaanderen. Momenteel is de bron van onze kunststoffen aardolie, we zoeken naar alternatieven waarbij de bouw een casestudy is.

 

MAT/11/C: Zuinig gebruik van grondstoffen

Doel:
Zuinig gebruik van grondstoffen en hergebruik van materialen bevorderen.

Er wordt zuinig omgegaan met grondstoffen. Opdat de toekomstige generaties nog kunnen beschikken over voldoende grondstoffen, wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van quasi onuitputtelijke materialen (vernieuwbare materialen of minerale oppervlaktedelfstoffen) die over hun volledige levenscyclus de uitputting van grondstoffen beperken.

 

MAT/12/C: Eco-bouwpool & bio-ecologisch competentiecentrum

Doel:
Een bouwpool oprichten om aan marktverbreding rond bio-ecologisch bouwen en verbouwen te doen.

Via vorming (theorie en praktijk), demonstraties, voorbeeldprojecten en ervaringsuitwisseling leren we meer 'klassieke' bouwfirma's, architecten en andere bouwprofessionelen werken met bio-ecologische materialen en technieken. Er wordt gezocht naar de vervanging van petro-chemische koolstof.

 

MAT/20/C: SUFIQUAD: Financiële en kwalitatieve evaluatie van verschillende woningtypes

Doel:
Streven naar duurzamere woningen.

In dit onderzoek wordt beoogd de complexe interacties te analyseren tussen woningtype, levenspatroon, ruimtelijke kenmerken, technische oplossingen voor gebouwelementen enerzijds en de kwaliteiten, financiële kost en milieu-impact anderzijds.

Om de blijvende beperkte actie van de actoren in de bouwsector aan te pakken, is de bedoeling van dit voorstel om identificeerbare resultaten in plaats van algemene statements te ontwikkelen. Daarom zal dit onderzoek focussen op verschillende woningtypes: appartementen, vrijstaande woningen, rijwoningen, enz.

 

MAT/21/C: Verkennend onderzoek naar 'milieuverantwoord materiaalgebruik' in de bouw door middel van milieuprestatievoorschriften op gebouwenniveau

Doel:
Het verkrijgen van een duidelijke kijk op de milieueffecten die het materiaalgebruik in de bouw veroorzaken; niet alleen op de omvang ervan, maar ook op de potenties om deze milieubelasting te verlagen.

Er wordt onderzocht hoe met regelgeving voorzichtig kan omgesprongen worden. De te ontwikkelen instrumenten hebben een stimulerend effect, eerder dan een repressief karakter. De maatregelen, die uit deze instrumenten kunnen volgen, zijn economisch aanvaardbaar voor bouwheren en consumenten.

Het eindrapport van dit onderzoek , de slides van de begeleidingscommissie van 14 juni 2007 en van de workshop van 18 oktober 2007 vindt u hier.