Burgerparticipatie (Schepdaal): bewoners bepalen mobiliteit dorpskern

Geraardsbergsestraat in Schepdaal. Foto: Raymond Berlanger - Schepdaal.be

Geraardsbergsestraat in Schepdaal. Foto: Raymond Berlanger - Schepdaal.be

Dirk Evenepoel: Schepdaal heeft een positief burgerparticipatietraject achter de rug. We tekenden een betere, meer leefbare dorpskern en rolden een actieplan uit waar het Dilbeekse bestuur mee aan de slag kan.

Schepdaal (5580 inwoners in 2014, Wikipedia) is een deelgemeente van Dilbeek (ca. 42.000 inwoners), zelf westelijk grenzend aan Brussel. Het markplein ligt op 16,8 km van de Brusselse Ninoofsepoort. Het dorp is bekend van onder meer het Trammuseum, café De rare vos (dat in 2018 opnieuw de deuren opent), en Jospop.

Tussen de dorpskern en de gehuchten rondom zit een flink hoogteverschil. De kern ligt op meer dan 90 meter hoogte. Daarop ligt de oude heirbaan tussen Brussel en Geraardsbergen, die de Zennevallei van de Dendervallei scheidt. De gehuchten liggen veel lager, op ongeveer 30 meter. Er is zo maar eventjes 60 meter te overbruggen. De perfecte kuitenbijter voor de wielertoerist, minder evident voor de gewone fietser, al kan de elektrische fiets helpen.

De burgers van Schepdaal ontwikkelden in de afgelopen twee jaar zelf een masterplan voor mobiliteit in de dorpskern. Een stuurgroep van 25 personen en een technisch groepje van 5 personen kauwden dit voor. Na een aftoetsing met de schepen van openbare werken, de schepen van middenstand en de mobiliteitsambtenaar koppelde de stuurgroep de voorstellen terug naar de burgers, die deelnamen aan een volksbevraging. Daaruit kwam een actielijst van 30 punten, waarover een verrassend goede consensus bestond bij de bevolking.

Voor sommige bewoners ging de lijst nog niet ver genoeg. De stuurgroep Dorpskern gaf echter voorkeur aan kleine aanpassingen in het dorp die op de korte termijn en middellange termijn gerealiseerd kunnen worden. Dat ze realistisch zijn, mag blijken uit het feit dat de gemeente ze meteen over nam.  

Een dorpinrichting van 50 jaar oud

De uitdaging van deze dorpskern is op andere Vlaamse dorpskernen van toepassing. ‘De aanblik van Schepdaal is bijna niet veranderd sinds het begin van de jaren 1970. In de laatste 50 jaar is de dorpskern dus dezelfde gebleven’, verklaart Evenepoel. ‘Er is geen sprake van verloedering, wel van een veel hogere bezetting. Van de twee scholen in de kern is de bezetting verdubbeld. De inkerning nam toe. In de plaats van vele woningen kwamen kleine appartementen. De parking aan het oud gemeentehuis is verdwenen.’ Dit had enkele gevolgen: veel zwaarder verkeer, moeilijke doorstroming, wildparkeren, een weinig aantrekkelijke winkelstraat, waar het verkeer in twee richtingen door moet. ‘Op bepaalde pieken tijdens de dag rijdt het verkeer zich vast en er ontstaan gevaarlijke toestanden voor kinderen.'

"Nieuwe bouw gestart in de flessenhalszone" Foto: Schepdaal.be

"Nieuwe bouw gestart in de flessenhalszone" Foto: Schepdaal.be

Schepdaal, dat doorsneden wordt door de N8, heeft nog middenstand, maar toch is er leegloop. Daar liggen wel meer factoren aan de oorsprong van dan wonen alleen, maar de kern aantrekkelijker maken zou misschien wel kunnen helpen om opnieuw meer middenstand aan te trekken. ‘Vergeet niet dat het vaak de lokale middenstand is die lokale evenementen steunt’, zegt Evenepoel, die ook voorzitter is van vzw Schepdaal Leeft.   

De eerste samenkomst was niet bewust gestructureerd. Mensen spuwden hun gal. Een hoop miserie werd op tafel gegooid. Dit moet kunnen. Je moet die chaos toelaten. Dit maakt gewoon deel uit van het proces.’

Start burgertraject

In 2015 nam Dirk Evenepoel de rol van trekker op zich van een stuurgroep voor mobiliteit in de dorpskern van Schepdaal. Zowel burgers als politici spraken hem over mobiliteitsknopen en dit deed hem de handschoen opnemen. Zonder politiek agenda, gewoon een vrij engagement. Gemeenteraadsleden stelden voor er een burgerinitiatief van te maken, maar snel werd dit puur een burgerinitiatief en hielden bewoners met een politiek mandaatzich op de achtergrond. ‘Lang niet slecht dat het vanuit de burger zelf komt’, vindt Dirk. Van alle participatietrajecten wordt 90% vanuit de gemeente zelf geleid. Vaak zijn ze politiek getint en ligt de oppositie op de loer. Hier was dit niet zo. ‘De stuurgroep vond het belangrijk de medeburger te horen.’

Stuurgroep Dorpskern Schepdaal

Er kwam een stuurgroep van 25 inwoners, die de dorpskern kennen en gebruiken en die bereid waren mee te denken. Lokale handel, jeugdbeweging, sportclubs, vertegenwoordigers en geëngageerde mensen van het dorp. De eerste samenkomst was niet bewust gestructureerd. Mensen spuwden hun gal. ‘Een hoop miserie werd op tafel gegooid’, lacht Dirk. ‘Dit moet kunnen. Je moet die chaos toelaten. Dit maakt gewoon deel uit van het proces.’ Er vond nog een tweede vrije sessie plaats en toen was iedereen overtuigd dat er iets moest gebeuren. Toen is een technisch groepje van 5 personen aangesteld met naast Dirk onder meer een ingenieur en twee architecten.

De technische groep boog zich over elk kruispunt en formuleerde per probleem een paar alternatieven. Dit alles werd besproken met de stuurgroep, die de ideeën een eerste keer filterden. Het eindresultaat was de consensus tussen de stuurgroep en de technische groep. Met het resultaat trok de stuurgroep naar de gemeente voor verdere aftoetsing. Zo werd duidelijk wat in welke uitvoeringstijd zou passen: in deze legislatuur (tot 2018), in de meerjarenbegroting (na 2018) en in een uitvoeringsstudie (2020-2022).

De wensen van de burger

De burgers van Schepdaal willen een leefbaar dorp. Leefbaar voor inwoners, scholen, middenstand en verenigingen. Een gemeente waar verschillende vormen van vervoer mogelijk zijn. De hoofdambitie van de stuurgroep was de wensen van de burger oplijsten. ‘We maakten van in begin duidelijk dat we niet meer wilden doen dan dat’, zegt Dirk. ‘We wilden geen studiebureau op de taak. We wilden ook niet duwen. Politici durven wel opdringen. Kijk naar grotere steden zoals Gent. Moedig, maar dat zagen wij niet als onze opdracht hier.’ Dingen opdringen zou voor deze bevolking veel te drastisch zijn en niet gedragen. In Schepdaal willen mensen de middenstand houden en kunnen parkeren. En de kinderen veilig op school krijgen. De middenstand zelf ziet graag korte parkeertijden voor de deur, aldus Evenepoel.  

In Schepdaal werd lang gedebatteerd over het marktplein. Volledig verkeersvrij maken of deels? Ondergrondse parking of zo laten? ‘Mensen willen kunnen parkeren. We zijn tot de consensus gekomen dat recreatie en bijkomend groen bijkomend kan, als het maximaal aantal parkeerplaatsen behouden kan blijven, hier of in de directe omgeving.’

De gemeente Dilbeek had al eens een studiebureau aangesteld om metingen uit te voeren. Daaruit bleek dat in de dorpskern van Schepdaal geen acuut parkeerprobleem is, tenzij op piekmomenten. Op de markt gaat het om ca 60 plaatsen en 140 voor de dorpskern. ‘Dat sluit megalomane projecten uit’, aldus Evenepoel. ‘Een ondergrondse parking bouwen mobiliseert zo’n kern gedurende maanden of jaren en is kostelijk in aanleg en onderhoud. Dat hoeft niet voor een klein dorp.’

Voor sommige bewoners gingen de actiepunten nog niet ver genoeg. De stuurgroep Dorpskern gaf echter voorkeur aan kleine aanpassingen in het dorp die op de korte termijn en middellange termijn gerealiseerd kunnen worden. Dat ze realistisch zijn, mag blijken uit het feit dat de gemeente ze meteen over nam.

Volksbevraging

Met steun van de gemeente werden flyers verspreid en een grote bijeenkomst gehouden. Zo’n 125 mensen tekenden present. Evenepoel gaf een technische presentatie waarin 20 punten werden voorgesteld. Nadien was er anderhalf uur tijd voor een gestructureerd debat rond vier thema’s: het circulatieplan, parking, fietser en voetganger, het marktplein. Mensen vulden een enquête in. Dit kon nog achteraf door wie er niet kon bij zijn.
Evenepoel was eerst wat zenuwachtig. Een feestcomité leiden is nog iets anders dan een verkeerscomité.  ‘Veranderen wekt altijd argwaan op. Mensen kunnen zich afvragen waarom het allemaal moet. Je begint toch in iemands habitat te graven’, zegt hij. ‘Schiet niet op de pianist’ werd één van zijn eerste slides. ‘Er was geen aanleiding toe. Iedereen vond dat we goed hadden gewerkt.’

30 voorstellen

Het resultaat van de volksbevraging werd een lijst van 30 voorstellen, groot en klein door elkaar. De kleine voorstellen kunnen kleine ergernissen oplossen. Een slecht voetpad vernieuwen, een zebrapad verleggen, betere signalisatie in de hoofdstraat voor verschillende functies, een kiss and ride-zone voor de school rond de kerk, een vluchtheuvel op een moeilijk kruispunt. Allerlei ingrepen die zorgen voor een betere doorstroming en meer veiligheid, waar iedereen beter van wordt. De gemeente was er meteen voor gewonnen. Het meest verrassend was de grote eensgezindheid van de bevolking: er tekende zich meteen heel duidelijk af of iets een slecht idee of een goed idee was. '50/50-meningen zagen we bijna niet', aldus Evenepoel. 'Dit liet toe makkelijker conclusies te trekken. Erger is geen consensus in je gemeente. Hoe trek je dan conclusies?'

Eén van de testfases in schepdaal

Eén van de testfases in schepdaal

Drie testfases en een schoolstraat

Er werden 3 testfases ingevoerd die deze herfst worden geëvalueerd. Vandaag is de voornaamste winkel- en doorgangsstraat (Eylenbosch) tussen de markt en de N8 éénrichting. ‘Dat is de ingreep op korte termijn’, preciseert Evenepoel. ‘Op middellange termijn hopen we de straat te verfraaien. Meer groen, beter afgebakende parkeerzones, een autoluwe straat, misschien een asverschuiving. Zodat de middenstand ze aantrekkelijk genoeg vindt om terug te keren.’ Er loopt een test met parkeren in blauwe zone op goed gekozen plaatsen. De middenstand heeft graag kort parkeren voor de deur. Met goed resultaat.

Bijna uniek ook voor Vlaanderen: vanaf september wordt één van de straten waar een school ligt, nochtans een veelgebruikte doorgang naar de N8, afgesloten tijdens de school piekuren. We willen zo gedragsverandering creëren, zegt Evenepoel. ‘Ons rijgedrag aanpassen duurt maximum enkele weken.’

De voorstellen mogen geen dode letter blijven. Evenepoel belde al naar de gemeente over de opvolging van de voorstellen. ‘In het najaar is een nieuwe evaluatie gepland.’

Fietsbrug over het spoor?

Helemaal aan het eind van het 30 punten-programma zaten enkele ambitieuzere voorstellen, waaronder een fietsbrug over het spoor. De oude heirweg Geraardsbergsestraat is tussen de straat en de weg met die naam onderbroken door de spoorlijn 50A Brussel-Oostende. ‘Heel leuk zou hier een fietsbrug zijn die toelaat dat fietsers op de heuvelkam kunnen blijven rijden’, zegt Evenepoel. ‘Eventueel kan dan nog een verbinding worden gemaakt met de nieuw aangelegde de fietssnelweg langs de spoorlijn die eronder ligt, waar fietsers ook comfortabel kunnen rijden. Dit vergt meer investering en ook studie. De gemeente wil de brug zeker in studie nemen en het gesprek aangaan met Infrabel. Er bestond een heel groot draagvlak voor.’

De gemeente Dilbeek heeft nu al een fietsnetwerk, waar de stuurgroep haar voorstellen ook aan koppelt. ‘Voor de fiets moet je wel vanuit de gehuchten redeneren en zelfs vanuit naburige gemeenten’, zegt Evenepoel. ‘In de herinrichting van de Eylenboschstraat moet de fiets zeker een plaats krijgen, maar het zou mooi zijn als we met de fietsbrug een substantiële bijdrage leveren tot een groter fietsnetwerk.’

Trage weg in Schepdaal. Foto: Raymond Berlanger - Schepdaal.be

Trage weg in Schepdaal. Foto: Raymond Berlanger - Schepdaal.be

Trage (fiets)wegen

Een ander element dat kan worden ingezet in een ruimer vervoersnetwerk zijn de trage wegen. Ze zijn er toch’, zegt Evenepoel. Een lid van de Schepdaalse Gemeenschapsraad, Raymond Berlanger, bracht ze mooi in beeld. ‘Vandaag zijn ze niet altijd goed onderhouden, maar waarom van sommige geen fietswegen maken door ze een beetje te verharden? Als enkele ervan tot fietsweg opgewaardeerd worden, ontstaan veilige kruisende wegen weg van de straat.’ Zou dat niet bijzonder aantrekkelijk zijn? Zou dat niet kunnen helpen om een mentaliteitswijziging richting zacht vervoer tot stand te brengen?

Het werk in Schepdaal toont dat burgers perfect in staat zijn om zelf het voorontwerp te bezorgen van een masterplan.

Burgers doen voortraject, studiebureau neemt over

Evenepoel formuleert het voorzichtig, maar ziet toch dat gemeenten al te vaak naar een studiebureau grijpen voor de start van een mobiliteitsplan. Dat is een kostelijke zaak. Zulke bureaus staan toch wat verder van wat de gewone burger denkt. ‘Eenvoudige oplossingen zoals het verplaatsen van een zebrapad zullen studiebureaus niet altijd snel voorstellen. Zij willen zich bewijzen, de hoge kost rechtvaardigen ze misschien wat sneller met spectaculaire voorstellen, maar dat is niet altijd de essentie van wat de burger wil. Zij zitten niet in het lokale weefsel.’

Het werk in Schepdaal toont dat burgers perfect in staat zijn om zelf het voorontwerp te bezorgen van een masterplan. In die zin kunnen ze perfect complementair werken met een studiebureau dat nadien de nodige metingen kan doen, de impactstudie, kortom, de uitvoering kan overnemen. Eén ding kan niemand veranderen: het hoogteverschil van 60 meter in Schepdaal, lacht Evenepoel.

Tragewegenwandeling Schepdaal. Foto: Raymond Berlanger - Schepdaal.be

Tragewegenwandeling Schepdaal. Foto: Raymond Berlanger - Schepdaal.be