Kernversterking in behoedzame stappen

Foto genomen te Leuven, 29 juni 2017

Foto genomen te Leuven, 29 juni 2017

We schrijven deze bijdrage kort en los uit de pols, uit noodzaak, want elke dag leren berichten in de krant dat het een belangrijk punt is. Hoe betrek je de burger bij de ambities die Vlaanderen heeft inzake ruimtelijke ordening?

In Merchtem vreest men verstedelijking door nieuw plan, lezen we vandaag. Een openbaar onderzoek voor het ontwerp van een RUP loopt af. De Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (gecoro) van de Vlaams-Brabantse gemeente ontving 124 bezwaarschriften. Grotere bouwvolumes en grotere bouwlagen maken bewoners ongerust. Vrees en angst, reactie via bezwaarschrift. Dit scenario kan in elke gemeente gebeuren.

De Schepen van Ruimtelijke Ordening antwoordt zoals een schepen die de laatste tendensen inzake ruimte in Vlaanderen kent. In 2016 kwamen deze aan bod in het receptenboek Kernversterking (Bond Beter Leefmilieu en Vlaams-Brabant). Het gaat erom mobieler te worden in ons wonen, minder in de auto te zitten en meer ruimte voor de economische mobiliteit, minder CO2-uitstoot, waar de verdichting van wooneenheden deel van uitmaakt.

Er is angst voor 'verstedelijking' in het centrum van die gemeente. Ook hier antwoordt de schepen correct: 'De grote lijnen van die verstedelijking worden evenwel uitgetekend door de Vlaamse overheid' en 'Als je de open ruimte wil vrijwaren, dan betekent dat ook dat je in de woonkernen hoger moet gaan bouwen. Je kan geen open ruimte vrijwaren én je centrum landelijk houden'. (Wim De Smet, 'Sint-Jansstraat vreest verstedelijking door nieuw plan', in HLN Pajottenland, 6 juli 2017, p.15.)

De behoedzame stappen die nodig zijn lijken ons er minstens drie. Het is nodig de burger vertrouwd te maken met de redenen die Vlaanderen heeft om het bouwen en wonen anders te zien: de demografische evolutie, de verborgen kosten die verspreid bouwen in Vlaanderen nu elke dag heeft. Elke burger, elk schoolkind. Leer hen ook hoe leuk het kan zijn, zoals de Vlaams Bouwmeester altijd graag benadrukt. Het bredere plaatje, de langetermijnvisie.

Vandaag zijn er in Vlaanderen nog steeds stemmen -en ja, hoor, ze zetelen ook in gecoro's- die menen dat het DNA van de Vlaming de vrijstaande villa is met kleine tuin. Dat kan. Het is een DNA dat werd vastgelegd in 1948. Maar anno 2017 leren ze er dan tenminste de kost van kennen. 

Verder ook nodig aandacht te besteden aan woordgebruik.

  • Kernversterking kernversterking te noemen, geen verstedelijking. De versterking in een dorpskern zal er heel anders uitzien dan in een stad. Verstedelijking is misschien enkel een mislukte kernversterking, die nog te veel de auto centraal stelt en te weinig het groen en zacht vervoer. Dit moeten lokale besturen goed bewaken. Denk aan de nieuwe campus van Apple: de 9000 parkeerplaatsen die in 2009 zijn gepland, zijn die nog nuttig vandaag? Promotoren, bouwen jullie voor vandaag of voor morgen? Gemeenten, bewaken jullie dit? Kernversterking heeft een positieve connotatie, het kan een woonkern ook op sociaal en economisch vlak versterken.
  • Zeg niet hoogbouw, wel: hoger bouwen. Dit was een conclusie over het debat dat gehouden werd laatst in het Provinciehuis van Vlaams-Brabant te Leuven, en waar wij in een volgend bericht dieper op ingaan.

Tenslotte is het nodig, en dit is het belangrijkste punt, in elke woonkern, hoe klein ook, dubbel en dik na te denken over nieuwe ingrepen van kernversterking. Hoger bouwen in context bekijken, in de volledige straat of wijk. Niet omdat kernversterking niet kan - het kan een oplossing zijn in de hoogte te gaan en leegstand in te zetten, maar omdat er geen universeel inzetbaar antwoord is op welk type hoger bouwen goed is op een specifieke plek. Dit vergt overleg, dit vergt inzicht, kijken of de plek goed is, de inbreng van specialisten, het vergt kijken weg van de belangen van één enkele partij. Het vergt rekening houden met de omgeving. 

Betekent dit dan de totale verlamming voor één hoger gebouw ergens in een gemeente? Neen, als men ruim de tijd neemt om alle medebewoners goed vertrouwd te maken met het bredere plaatje van duurzaam ruimtegebruik en wonen, de langetermijnvisie, en welke voordelen dit ook voor hen kan opleveren.

Zal dichter op elkaar wonen een aanpassing vergen voor sommigen? Toch wel, ja. Maar het is een horde die Vlaanderen over enkele generaties heen kan nemen, zolang dat bredere plaatje maar duidelijk is. Als onze kinderen al anders denken over het DNA van 1948 en meer mobiel worden in hun wonen, is het Slim wonen en leven misschien goed begonnen.

In de komende tijd zullen we aandacht besteden aan de kleine lijnen, het menselijke aspect van deze thema's: burgerparticipatie, hoe je mensen betrekt bij kernversterking. Welke is de goeie kit of lijm? Waar zijn er succesvolle verhalen op te tekenen en wat is daarvoor nodig? Het werk op het terrein, dus, dat al is begonnen.