Kernversterking (zomerreeks deel 2): 7 scenario's om niet te volgen

Kwaliteitsvol hoger bouwen past binnen de Vlaamse ambitieuze klimaat- en milieudoelstellingen (2020, 2030, 2040, 2050). Kwalitatieve hoogbouw is mogelijk, zowel in de stad als, ja, ook in landelijke kernen. Maar dan moeten we de volgende 7 scenario’s zeker niet volgen.

Hoogbouw heeft schaalbreuk nodig.

Hoogbouw heeft schaalbreuk nodig.

1. Neem ruimte in (in je gemeente of stad) zonder enige visie.

Doe aan slimme verdichting.  Maak het huiswerk, doe de nodige berekeningen.
Als je met hoogbouw begint, wil je als overheid hier juist wél een kader of gereedsschapskist voor. Voorbeelden: Gezinsvriendelijke hoogbouw (NL) (‘Bekijk een flat van 100 huishoudens als een dorp’) of ‘Visie op hoger bouwen' voor verschillende plekken.

Er is het gebouw en de directe omgeving. Naast een hogere toren is bijvoorbeeld schaalbreuk heel belangrijk, zegt de Vlaams Bouwmeester. Je wil net laag gaan ernaast (dus net niet alles van dezelfde hoogte want dit geeft net minder zon). Leg de toren niet neer, want dan krijg je minder zon.

Vergeet ook de directe omgeving niet. Houd als openbaar bestuur de touwtjes strak in handen. Stel eisen aan projecten. Vraag minder parkeerplaatsen (zie punt 4), meer groen (zie punt 5). Kijk of er geen multifunctionaliteit mogelijk is die de sociale interactie vergroot (punt 6). En betrek bewoners voldoende bij ambitieuze projecten (punt 7).

Heb je een visie, dan is de kans klein dat er ‘misbruik’ door ‘winstmaximalisatie’ plaatsvindt (een gehoorde angst). Doorloop een systeem van kwaliteitszorg. Dit laat toe de impact van hoogbouw en schaalvergroting in te schatten. Zo is een evenwicht mogelijk tussen erfgoed en geschiedenis enerzijds en evolutie anderzijds.

Niet vergeten: wat raar lijkt vandaag (de orde van architecten nam ervoor ontslag) kan morgen een icoon worden (de Eiffeltoren). ‘Krijg je de kriebels? Even geduld. Het zou mooi kunnen worden’, aldus de Vlaams Bouwmeester

2. Doe alles en overal op precies dezelfde manier.

Je wil zeker niet alles overal op dezelfde manier doen! In de ene kern kan je een bestaand dorp versterken; in de andere kern kan je verkavelingen en gehuchten tot een volwaardige woonkern verbinden, zegt Johan Van Reeth. De Vlaams Bouwmeester zegt dat dorpen altijd ministadjes zijn geweest. Het moet goed zijn. Aanvaard niet alles zomaar van ontwerpers en ontwikkelaars. Bestudeer als overheid alles goed (punt 1). Als het een geruststelling mag zijn: hoogbouw kan niet overal. Maar landelijke hoogbouw niet fout: het wordt toegepast in Nederland en in Scandinavië.

Ramon Kenis en Zeger Debyser waarschuwden voor slechte praktijkvoorbeelden van hoger bouwen, zeker in landelijke kernen. De dorpsenquête (2016) van plattelandsvereniging Landelijke Gilden wijt de terughoudendheid van mensen rond verdichting door middel van meer bouwlagen aan ‘het gebrek aan goede praktijkvoorbeelden.’ Kernversterking, ja, maar wel ‘op maat van het dorp’. Het terrein ligt dus ontzettend open om goede praktijkvoorbeelden toe te voegen aan wat er al is. Voorbeeld: de BMT-site in Boechout.

Gesloten appartementsblokken waar weinig te beleven valt is als vorm van stapelen ‘goed fout’. Bekijk appartementen eerder als gestapelde villa’s.
Berlijn, sociale woningen (Foto Shutterstock)

Berlijn, sociale woningen (Foto Shutterstock)

3. Bouw ‘konijnenkoten’.

Een weinig benijdenswaardige term van de Vlaams Bouwmeester, die meent wat hij zegt. Gesloten appartementsblokken waar weinig te beleven valt. Die vorm van ‘stapelen’ is vandaag ‘goed fout’. Wat willen we dan wel? Gestapeld wonen met een hoge pretfactor. Daar is goed over nagedacht. Het is maar een kleine stap van armtierig wonen naar riant wonen, vindt Leo Van Broeck.

Maak van gezinsvriendelijk bouwen de norm. Deinze zal dit doen met Wonen aan de Leie II. Bekijk appartementen als lage gestapelde villa’s. Je bouwt ‘huizen boven elkaar’ (Mumbai deed dit in de jaren 1930). Je moet er de meeste dingen kunnen doen (bv. een fiets afspuiten).

Denk aan veel ramen, grote terrassen, inventieve oplossingen die een bestaande schil beschermen tegen koude en hitte, bijvoorbeeld serres bouwen tegen de bestaande terrassen, nadenken over circulatie rondom het gebouw, nadenken over de invulling van het dak, nadenken over oververhitting, en over privacy.

Weet wel: ‘in de stad heb je altijd wel ergens inkijk. Daar leven mensen samen.’ Maar ingrepen die de privacy ten goede komen bestaan ook.

4. Volg alleen de logica van ‘koning’ auto.

Neen, volg de logica van voetganger en fiets. Dit gebeurt niet voldoende! De hoogbouwwijken die wij nu al kennen, volgt de logica van de zachte weggebruiker niet. Onze oude hoogbouwwijken hebben een luxeprobleem: ze hebben geen ruimte te weinig, maar net te veel! Alleen is die ruimte is niet goed ingedeeld en op maat van het ‘gemotoriseerd verkeer’ ontworpen.

Bovendien is de benedenverdieping van flatgebouwen vaak niet voor samenkomst of spel ingedeeld. Dus niet kindvriendelijk. Nochtans kan die de perfecte overgang tussen bewoning en buitenruimte maken. Kortom, deze hoogbouw lijdt aan ‘beperkte circulatie’ (laverend tussen parkings en steriele gazons) en aan ‘beperkte beleving’, stelde Francis Vaningelgem van Kind en Samenleving al vast (Kind en Samenleving heeft hier massa's goede ideeën rond) (F. Van Ingelgem, 'Ruimte te veel, een luxeprobleem?', Kind en Ruimte editie 12, December 2016, p. 9-12, hier p. 9). Hij noemde als goede voorbeelden: wijkspeelruimte Bonnevie (Molenbeek) of Luchtbal (Antwerpen). Aan 'kinderen en verdichting' wijden we later nog een apart stukje.

'Koning' auto zal zijn kroon verliezen. Ons wagenpark zal verdwijnen of gedeeld worden. Het zal gewoon minder worden. Tip (Bond Beter Leefmilieu): creëer nu al minder parkeerplaatsen rond gestapeld wonen dan wettelijk nodig, maar zorg ondertussen wel voor voldoende alternatieven (laad- en instapmogelijkheid, goed openbaar vervoer). En gebruik parkeerplaatsen zeker niet als het argument waarom er geen groen kwam.

Gent, Watersportbaan. 

Gent, Watersportbaan. 

Onze oude hoogbouwwijken hebben een luxeprobleem. Ze hebben geen ruimte te weinig, maar net te veel. Gestapeld wonen vraagt een heel ander soort buitenruimte.

5. Waar is het groen? Maak van groen vooral geen harde eis.

Foto Gent Blogt

Foto Gent Blogt

Denk juist heel fel na over omgeving en groen! Omgevingstechnoloog Karen Mulder deed onderzoek naar verschillende nieuwbouwprojecten. ‘Hoe worden de drie functies van de openbare buitenruimte, spelen verblijven en parkeren met elkaar gecombineerd?’ vroeg ze. Wat bleek? Bij vele recente projecten werd groen ‘gewoon niet als harde eis’ ‘meegenomen in het ontwerptraject’. (www.kmot.nl). Worst case: er komt helemaal geen groen! Pas ook op voor steriele pleinen.

Stad Gent, Groene Vallei. Foto: Liesbeth G.V.

Stad Gent, Groene Vallei. Foto: Liesbeth G.V.

Soms wordt groen wel meegenomen in een project. Maar opgepast voor de ‘groene facelift’, zeggen Ramon Kenis en Zeger Debyser: steriel nieuw groen. Boompjes in plantenbakken op straat. Toch maar liever echte bomen?

Gestapeld wonen vraagt een heel andere soort buitenruimte. Vecht voor groen! (Hertogensite Leuven, uit het debat, zie deel 1). ‘Liever hoge bomen dan hoge torens’? Het kan ook worden: ‘Hoge bomen naast hoge torens’. Kijk of bestaand groen of een natuurlijk reliëf kan worden behouden. Nogmaals: gestapeld wonen vraagt om een heel ander soort buitenruimte (zie punt 4).

6. Denk helemaal niet aan multifunctionaliteit.  

Weten we het nog uit de blogartikels 'Dieper in zorg'? De woonblokken van het moderne wonen hadden meestal geen geld meer over om de gemeenschappelijke ruimte op het gelijkvloers in te richten, hoewel die was voorzien (ze wisten misschien niet hoe).

De dorpsenquête (2016) van plattelandsvereniging Landelijke Gilden haalde iets heel belangrijks naar voren dat heel erg wordt onderschat: mensen willen vooral plaatsen voor ontmoeting terugvinden in dorpen! Dit geldt ook voor het ‘dorpsgevoel’ in steden (Denk aan Park Spoor Noord) (zie ook ‘pretfactor’ bij punt 3). Als dat geen schot voor open doel is. Wie neemt dit mee in projecten?

De dorpsenquête van de Landelijke Gilden haalde iets heel belangrijks naar voren dat heel erg wordt onderschat: mensen willen vooral plaatsen voor ontmoeting terugvinden in dorpen. Dit geldt ook voor het ‘dorpsgevoel’ in steden. Wie neemt dit mee in projecten?

Multifunctionaliteit zorgt meteen voor interactie. De Vlaams Bouwmeester geeft een voorbeeld uit Miami: een parking waarin ook wordt gewoond en waar feesten worden gehouden (Dit mag voor zijn part in centrum Brugge). Winkels ’s die ook ’s avonds worden gebruikt. Een gemeentehuis met een functie voor wonen en winkels? Een markthal (Rotterdam) waar je ook kan wonen. Sport op daken, sportterreinen drie hoog gestapeld (in Nederland). Zorgwonen en inclusief wonen in steden (Barcelona), in de nabijheid van kinderen (Zwijnaarde) en omringd door groen.

7 Betrek de burger of omgeving er vooral niet bij.

Voer natuurlijk wel participatief ontwerpend onderzoek. Creëer een draagvlak. Verricht het ‘ontwikkelend onderzoek’ samen met buurtbewoners. In augustus voeren wij een gesprek met Schepdaal Leeft en wat zij zelf deden voor de verkeersstromen in hun lokale kern. De gemeente neemt die voorstellen nu over.

Voor alle duidelijkheid: dit zijn 7 scenario’s die we niet willen volgen (wordt vervolgd).

Koningin Fabiolapark Sint-Niklaas (amelinckx). Foto: Stadsarchief Sint-Niklaas

Koningin Fabiolapark Sint-Niklaas (amelinckx). Foto: Stadsarchief Sint-Niklaas