Dieper in zorg: een kleine reeks. Deel 1: inleiding

Er gaat geen dag voorbij, of er verschijnt een artikel in de krant over zorg. Een jonge zorgkundige trekt aan de alarmbel want zij kan niet voldoende tijd besteden aan 'cliënten'. Een gerontologe slaat alarm omdat er te weinig plaatsen in rusthuizen zijn voor zwaar zorgbehoevende ouderen. Er zijn te weinig woningen voor mensen met een beperking, klagen ouders bij de minister. Een partijleider uit de oppositie vindt dat er op 'Dag van de zorg' (18 maart 2017), niets te vieren valt. Hij ziet mensen in de zorgsector zich weliswaar hard inzetten, maar een overheid die zorg niet voldoende goed organiseert. We zijn natuurlijk met zijn allen veel mondiger geworden, kritischer en laten sneller onze stem horen.

In ons land is het nog altijd relatief goed leven. Zorg wordt aangeboden via een sociaal stelsel dat als vangnet kan dienen. Maar de zorgkosten stijgen. Mensen leven langer in de meeste ontwikkelde landen, dankzij een goede levenskwaliteit. De vergrijzing brengt meer zorg en aanpassingen met zich mee. De nood aan intensieve zorg van bijvoorbeeld de alleroudsten neemt toe. Er zijn meer chronisch zieken. Eénouder-gezinnen, die nog zullen toenemen, zijn tevens kwetsbaarder voor armoede. Armoede heeft een impact op zorg. De verzorgende staat moet dus zeker permanent rekening houden met allerlei complexe zorgvragen.

We horen soms dat er niet voldoende aangepaste woningen zouden zijn. We zien dat private bouwondernemingen in het bad van de bouw van zorgwoningen stappen. Er bestaat vandaag zelfs op de luxe van hotels geënte zorg. Voor de één is een rusthuis iets wat zolang mogelijk mag uitgesteld en liefst vermeden; voor de ander is het een geruststelling. De helft van alle Vlamingen rekent erop de oude dag in een verzorgingstehuis te kunnen doorbrengen.

Anders wonen

We hebben het niet niet over de vraag of zorg onbetaalbaar is geworden en of wij een stuk van onze oude dag zelf zullen moeten bekostigen, wel over de relatie tussen zorg en wonen. Zorgvragen schuiven we misschien liever voor ons uit, tot ze zich vanzelf laten stellen. Door een domme kleine val breek je je voet. Een operatie en zes weken plaaster, zonder dat je op je voet mag steunen. Wat als je tijdelijk niet meer de trap op mag? Is er ruimte voor een bed? Kan je je wassen, de deur openen en bewegen in huis, boodschappen aandragen en koken, kortom, kan je het (alleen) redden? Vinden zorgbehoevenden de nodige zorgverstrekkers? Als wij zorg behoeven, komt onze manier van wonen er snel bij kijken.

Begint zorg niet al vroeger, in onze buurten?

Begint zorg niet al vroeger, in onze buurten? Zorg dekt immers een diverse lading. Hoe wonen wij? Kunnen wij wonen en zorgen tegelijk? Kunnen we onze woonvormen niet al wat aanpassen, zodat ‘aangepast wonen’ niet meer hoeft, omdat er al met wat dingen is rekening gehouden? Wat kunnen wij doen? Wat kunnen wij als gewone burger bijdragen tot eerstelijnszorg? Wat is kwaliteit? En hoe gebruiken we daarbij ons gezond verstand?

Misschien is de tijd dat we een heel leven woonden in ons huis als op een eiland,  zonder ons te veel aan te trekken van de omgeving, voorgoed voorbij. Nieuwe bewoners trekken in oude woningen. Het verkeer en de ruimtelijke impact op wonen is toegenomen. We mogen ons meer bewust worden van onze eigen woonvorm en eveneens van de buurt en het samenleven. Hoe beginnen we daaraan en waar wordt dit al toegepast?

De gezonde stad

Recent signaleerden wij een studie over stedelijke voorzieningen voor zorg in Nederland: ‘De Gezonde Stad, Van Cure naar Care. Transities in de gezonde stad Utrecht’ (IABR/UP, 2016). Deze vertrok van de vaststelling dat de Nederlandse overheid de laatste jaren zorg heeft decentraliseerd. Ze stimuleerde dat mensen zo lang mogelijk zouden thuisblijven en een beroep doen op de organisatie van thuis- en mantelzorg in plaats van zorg in woonzorgcentra. Veel had ermee te maken dat de materie werd overgedragen naar lagere bestuursniveaus, zoals steden en gemeenten. Daar zit ook jeugdzorg onder en langdurig zieken. In ons land bestaat die tendens voor bestuursmateries eveneens. Tegelijkertijd ziet Nederland een fusie van zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Als zorg te veel geconcentreerd raakt bij grote spelers, kan dat problemen geven.

Een andere vaststelling was dat in Nederland het gros van de middelen naar de Zorgverzekeringswet en tweedelijnszorg gaat. Relatief weinig middelen gaan er naar eerstelijnszorg, die volgens de onderzoekers nochtans goedkoper is. Tot die eerstelijnszorg behoort preventie. De architecten in deze studie zagen zeker brood in lokale voorzieningen. Wanneer ze wijken in Utrecht onder de loep namen, gaven ze ideeën voor hoe zorg via lokale initiatieven beter kon worden georganiseerd. Ze pleitten voor voldoende collectieve ruimte, ruimte voor sociale initiatieven en voor samenwerking tussen verschillende actoren.

Burgers creëren lokale voorzieningen

Hoewel de overheid in Nederland verregaand voor decentralisering koos en ruimte liet voor particuliere zorgaanbieders, is er ook een tegenbeweging merkbaar. Er gaan klinkende stemmen op dat je zorg niet enkel aan private ondernemingen kan overlaten. ‘In 2006 was er nog de hoop dat verzekeraars zouden concurreren op kwaliteit en vooral ook zouden gaan werken aan programma’s voor preventie’, schreef Eduard Bomhoff, maar dan werd gezien dat er enkel wordt geconcurreerd op prijs. Regel de zorgverzekering per gemeente of regio, is de aanbeveling. Dit wil zeggen dat verzekeraars aan tafel zitten met deze bestuursniveaus. (Eduard Bomhoff, ‘Geen leedvermaak om Trump, ook Nederland worstelt met verbeteren zorgverzekering’, in Het Financieele Dagblad, 1 april 2017, p. 15.) Dat de slinger terugslaat, is in ons land ook iets om mee rekening te houden.

Overheden zijn vragende partij voor initiatief, want zij weten het ook niet altijd allemaal zelf. Zij staan zeker open voor een participerende burger. Initiatief hoeft niet enkel van bouwbedrijven te komen. De Utrechtse studie zag zeker al het bestaan van lokale initiatiefnemers die werken rond een gezonde stad. De burger kan een initiatief schragen en met wat geluk of aandringen aan het juiste loket de nodige ondersteuning vinden. Bij ons maakte Sociaal Huis Mechelen bekend dat het middelen heeft voor initiatieven rond de ondersteuning van mantelzorgers.

Recent was een burger-gedreven initiatief voor het versterken van lokale voorzieningen ook nieuws in Nederland. Burgers uit dorpen blijken zich vaker te verenigingen in coöperaties, die zorg en ondersteuningen willen bieden aan ouderen vlakbij waar zij altijd woonden. Het aantal burgerinitiatieven in Nederland rond deze materie is stijgend: van 210 in 2014 tot 310 in 2016, volgens de Kenniscentra voor langdurige zorg Vilans en Movisie (Marieke ten Katen, ‘Zorgcoöperaties verkennen de wereld van het vastgoed’, Het Financieele Dagblad, 1 maart 2017).

Deze coöperaties bekijken het beheer van zorgwoningen en ondersteunende taken. Zij ondervinden zeker nog hobbels rond financiering en wetgeving, maar raken er vaak uit met de steun van lokale overheden. Als de federale overheid de lokale organisatie van zorg aanmoedigt, dan moeten kleine bestuurseenheden zoals steden en gemeenten die wel opnemen. In dat opzicht biedt dit voor het lokale initiatief een kans, mits de hobbels er met de steun van de overheid ook uit kunnen.

In de volgende 4 berichten kijken wij naar zorg en wonen. Het is de bedoeling verder te kijken dan de ideeën en de expertise. Wie moet met wie samenzitten om verder te komen in mentaliteitswijzigingen en de inburgering van nieuwe woonvormen? Dit was de vraag in het recente boek Verkavelingsverhalen (Mechelen, Public Space, 2016, ISBN 978-9491789137).

Wie moet met wie samenzitten inzake zorg en wonen om verder te gaan dan ideeën en expertise en te komen tot mentaliteitswijzigingen en ingeburgerde nieuwe woonvormen?

Enerzijds kijken we hoe ons wonen zorg beter kan integreren. Vervolgens bekijken wij burgerinitiatieven. We duiken ook weer even terug in Expi, Expo en Expa op onze website, waar initiatieven rond wonen en zorg reeds werden gesignaleerd. Een vzw zoals ‘1Toît2Âges’, die het samenwonen aanmoedigt van een alleenstaande oudere die onderdak verschaft aan een student, is er één van. Deze vzw haalde eergisteren nog in de krant.

Vervolgens brengen we een bijdrage over sociaal wonen, samenwerkingen tussen wonen en zorg en hoe voorzieningen in een wijk ingepast kunnen worden in plaats van geconcentreerd in grote voorzieningen.

En tenslotte spreken we ook met een arts die eerstelijnszorg beoefent in een wijkgezondheidscentrum in Gent. We vragen hem op de man af wat voor soort wonen in zijn ogen het best aansluit bij zorg.