Dieper in zorg, deel 2: ons wonen moet fijnmaziger worden

Hoe kunnen wij vandaag nog meer zorgend wonen? Ons aanbod inzake wonen moet gedifferentieerder en fijnmaziger, stelde Martine Van Geyt van Steunpunt Algemeen Welzijnswerk in 2010 in beleidsdossier Tussen wonen en welzijn. Dit dossier bekeek alle aanwezige woonvormen bij ons, van wonen op straat tot zelfstandig wonen. De conclusie was niet alleen dat er te weinig aanbod was voor wonen onder begeleiding, maar ook onvoldoende diversiteit in de beschikbare woonvormen.

Het aantal mensen dat woonbegeleiding nodig heeft, stijgt. Indien er te weinig aanbod is (lange wachtlijsten voor sociale woningen) en onvoldoende diversiteit van woonvormen, dan is er geen goede begeleiding van zulke mensen mogelijk. Stap af van het eilanddenken, stelt de studie. Zorg voor een ‘beleidsoverschrijdend platform wonen en welzijn’ om de problemen zo efficiënt mogelijk aan te makken.

Onvoldoende diversiteit in woonvormen was ook één van de pijnpunten waar het boek Verkavelingsverhalen op wees (Public Space, 2016). Gemeenten blijven vaak verkavelen, terwijl de soort woningen die gebouwd worden een te eenzijdig aanbod geven zonder voldoende ontmoetingsplekken. Schrijnend is het voorbeeld van hele oude bewoners in verkavelingsvilla’s die niet aangepast zijn, maar die deze niet kunnen verkopen en er dan maar van lieverlee blijven wonen.

Vandaag weten we dat ook het zogenaamde eindpunt van die nota, het zelfstandig wonen, onder druk komt. Wonen mag dan toenemend geassocieerd worden met verfraaiing en design, de basis (wonen, energie) neemt een serieuze hap uit ons budget. Ergens lazen we wat goedkoop wonen vandaag zou zijn: de besteding van 600 EUR per maand voor huur en energie. Met de meeste woningen en woonvormen, zelfs in het geval van de huiseigenaar,  zitten we er ruim boven.
Het verwerven van een nieuwe woonst is een serieuze drempel.

Vandaag zet de Nationale Bank in het raam van controle op banken een limiet (80%) op het percentage dat mensen kunnen ontlenen voor behuizing. Een hoog percentage Belgen (45%) leent meer dan 80% om eigenaar te kunnen worden van een woning. Onderliggend betekent dit, en dit wordt ook bevestigd, dat de aankoopprijzen van woningen in België hoog zijn. In vergelijking daarmee, zo stellen immobiliënkantoren, is de huurprijs van een woning of appartement stabieler gebleven, maar ook nog altijd duur. De studie ‘Tussen wonen en welzijn’ pleitte daarom voor de invoering van een huursubsidie. Als we dan nog weten dat het aantal alleenwonenden zal toenemen (meer dan 50% van alle huishoudens tegen 2060), weten we ook dat de financiële kwetsbaarheid groter wordt.

Met fijnmazigheid als leidraad kijken we welke woonvormen het aanbod kunnen aanvullen en welke initiatieven bestaan om zorg beter te integreren. Dit valt zowel de noemer ‘begeleid wonen’ als ‘vooruitziend zelfstandig wonen’. We kijken met deze bril opnieuw naar een aantal oplossingen en wenken afkomstig van de Online Community onder Expi, Expo en Expa op duwobo.be. Geven de voorbeelden daar een diverser aanbod?

Negotiatiestedenbouw

In 2015 was Betaalbaarheid en haalbaarheid thema van onze Transitiearena. We herinneren nog eens aan de waarschuwing van Tijl Meheus, Teamcoach Straathoekwerk in Gent, nog altijd actueel: pas op voor sociale verdringing. Pas op, dus, dat je niet enkel (te dure) woningen en appartementen bouwt die een industriële wijk in een stad weliswaar tot nieuw leven wekken, maar die helaas ook (te) exclusief zijn (gentrificeren). Dit wil zeggen dat het gevaar dreigt dat ze geen oplossing bieden aan mensen die meer woonbegeleiding nodig hebben.

Een stap in de goede richting voor bewoning op maat van behoeften is aan negotiatiestedenbouw doen. Voor de ontwikkeling van stadsdelen en wijken op grote schaal moet de overheid ontwikkelaars randvoorwaarden opleggen in projecten. Het doel is duurzaamheid, betaalbare woningen opleveren, het versterken van de sociale interactie, via verplichte collectieve inrichtingen zoals een buurthuis of zaal, speelpleinen, kortom, voorzieningen op de maat van jong en oud die de interactie bevorderen. Het gaat om inplantingen die rekening houden met de context en met (zachte) mobiliteit.

Nog altijd een belangrijk buitenlands voorbeeld is de ontwikkeling (1992-2006), aangestuurd door een particuliere NGO, in het Duitse Freiburg van duurzame wijk Vauban, een voormalige militaire kazerne van 38 ha tot een verkeersluwe, ecologische woonwijk, met collectieve voorzieningen, waar een uitgebreid proces van inspraak door de burger gevoerd werd.

Wij hoeven vandaag niet meer enkel naar Freiburg op studiereis, want in Vlaanderen zijn in tal van steden en gemeenten nieuwbouwwijken en stadsvernieuwingsprojecten uitgevoerd of gepland. We kunnen bijvoorbeeld naar Boechout. Dit voorbeeld komt uitgebreid aan bod dit weekend in Netto, de bijlage van De Tijd: Midden Boechout, 297 eenheden in meer dan één typologie, voor verschillende budgetten, daaronder sociale woningen. En net buiten de gesaneerde industriële site werden nog assistentiewoningen ontwikkeld. Een ander voorbeeld geleid door duurzaamheid is de ontwikkeling van de Suikerfabriek in Veurne. Het is één van de acht voorbeelden van ontwikkeling en herwaardering binnen het eerste Lerend Netwerk Duurzame Wijken.

Zit er voldoende diversiteit in de woontypologie, en richt deze zich tot zorg? Inmiddels komen er voorbeelden bij. Kortrijk Eco-Life Venning en De Werve Hoef in Wijnegem voorzien ook sociale woningen. Mechelen Papenhof wil verschillende woontypologieën combineren, waaronder de kangeroewoning.  Ekeren Hoekakker voorziet woningen voor starters en senioren. Het mengen van woontypologieën (al dan niet grondgebonden) raakt in verschillende projecten wel goed ingeburgerd.

Een grote wijkvernieuwing waarin aandacht komt voor zorg is de Hertogensite in Leuven. Het betreft een ziekenhuissite die haar toekomstige identiteit nog uit zorg wil halen. Behalve appartementen, woningen en een cohousing-project voorziet dit project sociale huurwoningen, assistentiewoningen voor mensen die zorg behoeven en een woonzorgcentrum. Een voormalig medisch gebouw op de site wordt omgevormd tot welzijnstoren die in de benedenstad als voorpost zal dienen van het buiten de stad gelegen universitair ziekenhuis. Een soortgelijk voorbeeld bevindt zich in Herk-de-Stad in de omgeving van het lokale ziekenhuis. Op woonuitbreidingsgebied Herckerveld komen onder meer zorgwoningen, seniorenwoningen en sociale woningen.

Randvoorwaarden

Zijn de randvoorwaarden altijd voldoende sterk ontwikkeld of bekend? Voor Midden Boechout is dit zeker het geval. De gemeente stelde eisen: slechts 30% van de oorspronkelijke industriële site is nog verhard, een sociale mix, betaalbare sociale woningen, plaats voor crèches en een politiekantoor.

De inrichting van wijken of kleinschaligere woonprojecten kunnen dus geleid worden door randvoorwaarden. Energiebesparing is een randvoorwaarde die de woonkost een stuk naar beneden kan brengen. Een mooie combinatie van hernieuwbare energie en sociale huisvesting is Wijnrankplein in Grobbendonk, dat sociale woningen en aanleunwoningen realiseerde dichtbij een OCMW-rusthuis, een verzorgingstehuis en woningen op het gelijkvloers voor ouderen. Een ander voorbeeld zijn de passiefhuizen in Lanklaar van SHM Maaslands Huis. Hier zijn seniorenwoningen gepland. Energiebesparing is ook de drijfveer van de vele projecten van groepsrenovatie (bv in Gent, Limburg, Kortrijk) die kwetsbare groepen helpen om verbeteringen aan te brengen aan verouderde woningen.

Renoveren doe je best per straat.

‘Renoveren doe je best per straat’, zeggen Helga Van der Veken (Duurzaam Ondernemen bij KBC) en Dirk Van Regenmortel (Ecohuis). Trouwens, één van de conclusies op één van onze Transitiearena’s (Renovatie Collectief) was: duurzaam renoveren dient per wijk te gebeuren, via wooncoöperaties.

De prijs van een bouwkavel laag houden een andere. En zulke voorwaarden kunnen toelaten dat het financieel meer haalbaar wordt voor een individu of een gezin om er te wonen. Collectief Goed in Antwerpen en in Wallonië Habitat & Humanisme zorgen dat mensen met weinig kapitaal duurzame woningen kunnen betrekken. De nieuwe particuliere vastgoedinvesteerder Inclusio legt zich toe op bewoning voor kwetsbare groepen, zoals mensen met een handicap (zoals Toontjeshuizen, kleinschalige woonzorg voor gehandicapten, ook van plan is) of éénoudergezinnen.

De grotere nabijheid van medebewoners en collectief gebruik van ruimte zijn andere randvoorwaarden. Je verkleint je voetafdruk, maar vergroot het gemeenschapsleven. Eén van de oplossingen ligt in woonvormen met een graad van collectiviteit, van lokale energiewinning tot samenhuizen in al zijn vormen. Zo kan een aantal kosten gedeeld en omlaag. ‘Niet enkel om ideologische redenen zullen wij kiezen voor vormen van cohousing, maar uit economische noodzaak’, zegt stedenbouwkundige Peggy Totté, programmator van Architectuurwijzer, die volgende week (op 27 april) Florian Köhl van Baugruppen (Berlijn) als spreker naar Genk haalt.

‘Cohousing is klaar om uit haar niche te breken’, stelt ook Netto, de bijlage van De Tijd, vandaag. Knowhow is te vinden bij partijen zoals Samenhuizen vzw of Cohousing Projects. Deze laatste realiseert als coöperatie een aantal projecten in verschillende provincies. Zowel buiten- als binnenruimte wordt voor een aantal functies gedeeld. Zulke projecten streven naar het samenwonen van verschillende generaties. Sommige projecten bieden plaats aan mensen met een zorgbehoefte. Project Eco-village in Kampenhout bijvoorbeeld kon de koopkost van een kavel beperken tot een aanzienlijk lagere som dan doorsnee. Geen enkel project volgt hetzelfde traject, maar hangt van de bewoners af. Wat delen mensen zoal? Enkele mogelijkheden:

  • Gemeenschappelijke buitenruimte: speeltuin voor kinderen, tuin, moestuin, kippen houden
  • Gemeenschappelijke binnenruimte: gedeelde carports en fietsstalling, atelier of werkplaats om gereedschap te delen, een wasplaats, een polyvalente ruimte, een logeerkamer.

Symbiosis Vlaanderen begeleidt en realiseert woonprojecten voor de tweede levenshelft (65+). Naast zelfstandig wonen is er collectiviteit en wordt betrokkenheid met de lokale gemeenschap rondom het project ingebouwd. Ook een zorgnetwerk rondom wordt in kaart en liefst dichtbij gebracht. Zo’n initiatief kijkt als mogelijke plekken naar het hergebruik van oude gebouwen. Het is vergelijkbaar de seniorenstadwoonboerderij die in Nederland werd geopperd (we weten niet of ze al bestaat) en met Abbeyfield-projecten (cohousing voor senioren). Een neveneffect: zulke projecten onderzoeken in onbruik geraakte gebouwen, daaronder kloosters of kerken. Als we dan toch in de historie duiken: één van de plaatsen van samenleven, apart en toch in gemeenschap, was het begijnhof. Rond de herbestemming van kerken werkten zowel het Kenniscentrum Vlaamse Steden als Dubo Limburg.

Bijzondere randvoorwaarden rond pedagogie en zorg zitten in het masterplan en de gebouwen van gemeenschapsinstelling GI De Zande in Beernem, een jeugdinstelling voor meisjes door architectuurgeroep B2Ai. Het project neemt passiefbouw als leidraad en verbouwt ook een schuur. De site en gebouwen zijn bedacht op het begeleiden vanleefgroepen die evolueren van gesloten en open begeleid wonen tot zelfstandig wonen. De site heeft ook een school en een sporthal.

Inbreiding

Gebruik van (de ruimte van) bestaande woningen of gebouwen doelmatiger. Deel ze met meer bewoners. Inbreiding is binnen één ruimte meer gebruik creëren. Het optoppen van bestaande gebouwen is een mogelijke manier van inbreiding. Voor bestaande woningen schreef een werkgroep het ‘Ideeënboek nieuwe GeWOONtes’ binnen een traject Samen duurzaam wonen en verbouwen van het Antwerpse Stadslab2050. In steden is het soms moeilijker om aan de woonvraag te voldoen met de bestaande ruimte. Optoppen en snel en licht modulair bouwen worden dan serieuze denkpistes. Inbreiding zit ook wel vervat in projecten zoals Ulobia in Sint-Amandsberg in Gent, de Tuinwoningen en kantoor van Collectief Noord in Antwerpen, Gestapelde Stad in Antwerpen, en een toren voor Beerse, maar dit zijn geen projecten waarin zorg zit vervat.

Aanpasbaar bouwen

Pas een bestaande woning aan nieuwe noden aan, bijvoorbeeld een zorgnood. Eén van de meedenkers aan het Antwerpse ‘Ideeënboek Nieuwe geWOONtes’ was Yves Michiels, die Newcraft ontwikkelde, dat aanpasbare houtmassiefbouw wil aanbieden. In dit geval zou dit gaan om ecologische prefab-bouw die ook kan inspelen op zorgnoden (door het verplaatsen van muren of het aanbouwen). Goedkopere en snellere manieren van bouwen wordt nu al uitgetest via 3D-printers. De Wijk van Morgen van Kamp C volgt zulke innovaties op de voet.

Sommigen gaan voor oplossingen binnen een bestaande context. In Evere (Brussel) was de renovatie van sociale woontoren ‘Ieder zijn huis’ de aanleiding om er kangeroewoningen in te voorzien, zodat wonen mogelijk wordt voor ouderen en mensen met een beperking. Anderen vullen dit later in. De buitenlandse architect Alejandro Arabena, die als een beïnvloeder kan gelden, zegt: zorg dat de regelgeving toelaat dat een woonfunctie op het moment van de bouwvergunnning nog niet volledig is ingevuld en later nog kan worden aangepast (bijvoorbeeld aan zorgnoden).

Wees radicaal en vervang de oude woning indien mogelijk door een nieuw gebouw die één enkele wooneenheid overstijgt en die particulier en collectief ruimtegebruik combineert. Een mooi voorbeeld is 'De duurzame wijk' in Kortrijk, maar het is niet specifiek gericht op zorg. Het betreft de bouw van enkele aan elkaar geschakelde woningen met privétuinen maar ook een collectief en ruwer stuk tuin vlakbij het centrum en het voldoet aan energiezuinigheid.

Deeleconomie en ruilen

We hoeven niet meer alles alleen thuis te doen of hebben. Vandaag is besparing mogelijk dankzijde deeleconomie. Tuinieren en eten en allerlei vormen van recreatie kunnen aan een grotere collectiviteit gekoppeld worden. Het delen van ritten en auto’s kan ook in het raam van zorg gebeuren, maar dit is vandaag nog toekomstmuziek.

Het boek van Thomas Rau en Sabine Oberhuber, ‘Material Matters. Het alternatief voor onze roofbouwmaatschappij’ (2016) kan als leidraad dienen. Laat ons weg stappen van bezit en betalen voor gebruik, stellen ze. We gaan van product naar dienst: we betalen voortaan voor loopuren, zituren, lichturen. Het zal producenten aansporen om ervoor te zorgen dat hun toestellen zo lang mogelijk meegaan. In plaats van verbruikers worden we gebruikers. We evolueren van eigendom naar performante interieurs.

Bedenk welke oplossingen dit kan bieden voor sociale huisvestingsmaatschappijen. Nu swingen energiekosten de pan uit en minder kapitaalkrachtige bewoners kunnen zich geen energiezuinige toestellen veroorloven. Geen wasmachine meer kopen, wel wasbeurten. Niet langer eigendom. Gebouwen niet meer naar 0% afschrijven, wel naar 20%. Grondstoffen horen waarde te behouden bij demontage. Geen grondspeculatie meer, grond heb je te leen. Intercommunale Leiedal en Vormingplus nodigen Thomas Rau uit om te spreken op 23 mei 2017.

Werken in de marge doen andere initiatieven. In Groot-Brittannië biedt sociale onderneming Dot Dot Dot Property vrijwilligers aan die in ruil voor bewoning op leegstaand panden letten. Een variant van deze dienst is dat zulke vrijwilligers in de nabijheid van ouderen wonen en als vrijwilligerswerk met hen activiteiten doen, zoals tuinieren. Intergenerationeel wonen kan ook een vorm van ruilen zijn. In België kunnen studenten koten huren bij ouderen die eenzaamheid willen doorbreken, bijvoorbeeld via vzw 1Toit2ages. Zulke initiatieven zijn kleinschalig, maar dragen misschien bij tot een mentaliteitswijziging inzake ons eilandwonen.

Pilootprojecten zorgwonen

In 2012 startte het Team Vlaams Bouwmeester (onder Peter Swinnen) enkele Pilootprojecten Onzichtbare Zorg op. In 2014 volgde de publicatie Innoverende Zorgarchitectuur. Maximaliseer collectief wonen, was één van de aanbevelingen.

Naar meer woonmobiliteit.

Woonmobiliteit

Laat het idee varen dat je tot het eind van je dagen op dezelfde plek moet wonen. Dit oppert de Vlaamse Overheid vandaag al. Durf te verhuizen. Op dit idee zit nog spanning vandaag. Ten eerste moet er een aanbod er zijn dat past bij de nood. Verder is het voor mensen niet altijd financieel haalbaar om te verhuizen, omdat de projecten van de private woningmarkt, bijvoorbeeld in stadsontwikkelingsgebied, financieel te hoog gegrepen zijn.

Soms willen mensen gewoon zolang mogelijk in hun (oude) huis blijven. Naast renovatie gebeuren nu wel al kleine aanpassingen in functie van zorg, zodat mensen wat langer in hun huizen kunnen blijven, maar dit blijft beperkt tussen tot de gekende woonvorm. Zelfredzaamheid tussen de vier bekende muren - “één huis voor één gezin”, zoals geciteerd uit Netto - blijft voor velen een hoog goed.

Wonen: een zaak van participatie en co-creatie

Wat opvalt is dat de projecten in Trello rond zorg nog niet zo talrijk zijn. ‘Enkel de vraag naar nieuwe woontypologieën is een foute vraag’, vindt Erik Wieërs, architect bij Collectief Noord. ‘Architectuur is contextueel, er is behoefte aan maatwerk.’ Willen we echt goede randvoorwaarden in projecten krijgen rond zorg, dan is een samenspel tussen verschillende partijen nodig. Enerzijds bevraging en inspraak, maar ook structuur en voldoende schaalgrootte. Is zorg en wonen een zaak van bestaande maatschappijen of nieuwe? Zullen we er komen met vele kleinschalige initiatieven? Houdt het ene initiatief voldoende rekening met de andere en behoudt overheid het overzicht over het aanbod?

Recent lazen we dat een burgemeester in het Pajottenland en haar echtgenoot twaalf assistentiewoningen particulier bouwen in het centrum van een deelgemeente. Het is een voorbeeld van particuliere spelers die zich op de zorgmarkt begeven. ’Ons project spreekt een ander publiek aan’, zeggen ze, als naar de vergelijking wordt gevraagd met de serviceflats van het OCMW. Kijken deze bouwheren naar de context, toetsten zij het bestaande aanbod af en lasten zij randvoorwaarden in? Mikken zij op rendement bij bewoners die zolang mogelijk zelfstandig kunnen en willen wonen? Zullen de bewoners huren of kopen? Zijn andere voorzieningen nabij? Verandert dit soort projecten onze visie op wonen?

Inzake zorg en wonen komen we op het terrein van participatie en co-creatie. Een woonnood wordt als het ware ter plekke geboren. Misschien kunnen we verwijzen naar een boek, van Veerle Follens en Conix RDBM architecten: Maatschappelijk verantwoord vastgoed. Strategieën voor duurzame co-creatie (Die Keure, 2014). We konden het zelf niet inkijken. Het werd door Walter Lotens van bewonersvereniging De Ploeg gerecenseerd hier. Een van de conclusies is: wonen moeten we uit een eilanddenken halen. Wonen is meer dan 'één huis voor één gezin'. En dit reikt verder dan al wie vandaag het voorrecht heeft om tussen vier muren te wonen, ooit dacht.