Vibe-congres 10 november 2017: de ruimtelijke ordening van de toekomst (begint vandaag)

2017-07-27 15.56.31.jpg

Het congres van Vibe vzw vond afgelopen vrijdag plaats in Antwerpen. Wie slim was, kwam volgens het STOP-principe (stappen, trappen, openbaar vervoer, en dan pas de auto). Ook binnen Den Bell wisselden deelnemers via de trap af tussen het auditorium op de derde verdieping en het atrium op de eerste verdieping en kregen daardoor aardig wat beweging. Het thema was de ruimtelijke ordening van de toekomst. Een toekomst die gerust vandaag mag starten. Vandaag, 16 november 2017, publiceerde Vibe een eigen verslag met foto's hier.

Team Vlaams Bouwmeester-film “Plannen voor plaats”(2017)

De dag startte met het bekijken van de film Plannen voor plaats (2017). Die werd gemaakt door Nic Balthazar in opdracht voor Team Vlaams Bouwmeester. Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck gaf in het voorbije jaar tegen een verschroeiend tempo lezingen in steden en gemeenten om zijn boodschap uit te dragen. De film wordt een soort "draagbare Leo Van Broeck". Ook Joachim Declerck van Architecture Workroom kwam aan het woord.. We hoorden Leo Van Broeck "on the road" eind 2016 en schreven er al eerder over in dit blog.

De bouwmeester gaat veel breder dan kwalitatief bouwen. Zijn boodschap is urgent. Het gaat om onze voetafdruk, ons ruimtegebruik op deze planeet. Dat we dit, in het antropoceen, doen met respect voor de planeet. Doen we dit niet, dan komt onze overleving zelf in het gevaar. Wie over die urgentie wil lezen, kan terecht in het kleine boekje van Roy Scranton, Learning to Die in the Anthropocene (City Light Books, 2015).

De documentaire moet die boodschap nog meer verspreiden. De film komt op de televisie, is open source en op eenvoudig verzoek te krijgen bij Team Vlaams Bouwmeester. Het loont de moeite dat elk kind, elke burger en elke organisatie met de vraag kennis maakt: willen wij verder met de hoge kost van ons ruimtegebruik in Vlaanderen? En handelt.

Eén burgemeester van een landelijk dorp stelde op het congres vast dat zijn gemeente 350 kilometer wegen telt voor de (zeer verspreid wonende) bewoners. Hij trekt aan de alarmbel: iedereen staat te springen om zijn gemeente te verdichten (verappartementisering!), maar niemand (geen enkele ontwikkelaar) helpt hem om open ruimte te vrijwaren. Het begint bij bewustwording, die ons handelen moet sturen op elk lokaal vlak.

Na de film was er een debat. Nic Balthazar trad op als moderator. Sprekers waren Peter Vanden Abeele, bouwmeester van de Stad Gent, Jean-Paul Close van Stad van morgen en AiREAS (Eindhoven), Luc Eeckhout van evr-Architecten en docent (tevens plaatsvervanger die dag van Leo Van Broeck die —o ironie, er niet geraakte wegens een minder snelle treinverbinding tussen Leuven en Antwerpen en file), en Alex Verhoeven, directeur ruimte van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).

Na de middag ging Erik Grietens, specialist ruimtelijke ordening Bond Beter Leefmilieu door de -hopelijk tot een klassieker wordende- brochure ‘Recepten voor kernversterking’, in mei 2016 gepubliceerd door de provincie Vlaams-Brabant (deze zomer hier belicht). De brochure geeft elk bestuur houvast rond kwaliteit van de open en de bebouwde ruimte. De deelnemers kregen ook de Vibe-folder Ecopolis-trajectbegeleiding. Samenwerken aan duurzame wijken, dorpen en steden, en de brochure De toekomst in lokale handen. Inspiratieboek voor een duurzaam lokaal beleid van Bond Beter Leefmilieu (september 2017), allemaal opvraagbaar. De dag eindigde met een participatieronde voor iedereen, volgens thema's, waar ook onder andere Steven Vromman van Labland mee voor aan tafel zat (excuus als we hier namen vergeten). Er was mooie aanwezigheid vanwege verschillende Vlaamse gemeentebesturen.

Wonen op mensenmaat

Over een kwalitatieve open en bebouwde ruimte wordt volgens sommige deelnemers al zeker 20 jaar gesproken. Vandaag leidt het woord "betonstop" een kwalijk (?) eigen leven en en spreekt de overheid over "verdichting" en "kernversterking". Wordt vandaag alles anders?      
Jean-Paul Close bracht in Eindhoven meer dan duizend mensen vanuit sociale integratie op de been rond het thema “Stad van morgen”. Deze beweging wil zien dat het beleid keuzes op  bredere basis maakt dan enkel economische argumenten. Het gaat om “wij-denken”, niet een individualistisch “ik-denken”. Het gaat om de commons, de gemeenschap en om menselijke waarden: gezondheid en zorg, betaalbare huisvesting, lokale voeding, kwaliteit van lucht en water, energie, verbinding en respect voor elkaar. De “Stad van morgen” (die ook al vandaag mag aankomen) is een mensenstad voor mensen gemaakt door stadsmeesters en mensen, vanuit bewustwording en samenwerking. Langzame mobiliteit nodigt veel meer uit tot sociale interactie dan de auto.

“Stads-niets-bouwers”

 Wonen is niet enkel een vraagstuk van verdichting of kernversterking, volgens Gents stadsbouwmeester Peter Vanden Abeele. Het draait ook om kwaliteit. Bovendien kan ruimte scheppen voor wonen ook betekenen: ruimte vrij houden om niet te bouwen. Vrije ruimte voor recreatie is in een stad niet evident. Wie dat bewaakt, wordt evengoed een “stads-niets-bouwer”. Een stadsbouwmeester verbindt, voert gesprekken met mensen en zorgt voor een maatschappelijk draagvlak voor ingrepen in die ruimte.
Te voet naar zijn werk stappend komt Luc Eeckhout in Gent bitter weinig mensen tegen. Terwijl werken waar je woont en omgekeerd wel een belangrijke stelregel kan zijn. Vandaag missen we in steden voldoende lokaal leven, of dit nu om wonen (leegstand boven winkels), werken of voedseltoevoer gaat. Een tomaat van bij ons of een tomaat van hier? Wat voeren wij uit? Breng overal leegstand in omloop. In het hart van de stad liggen veel antwoorden. Joachim Declerck heeft het daar ook over in de film.

Er is niet één toolbox

Alex Verhoeven meldde dat de VVSG ook een boekje heeft over verdichting. Dit kan de discussie voeden. Het is de verdienste van de Vlaams bouwmeester dat hij ruimte op de agenda plaatst. Wel is nog niet iedereen mee en een “big bang” is niet te verwachten. Het gaat ook om gemeenten, met een andere problematiek dan steden. Er zijn er meer dan 300 van in Vlaanderen. In steden en gemeenten de fysieke context telkens anders. Er is dus niet één toolbox. Sommige gemeenten hebben koudwatervrees, andere kloppen aan bij Team Vlaams Bouwmeester om ermee aan de slag te gaan. Laat ons nog beter aan steden en gemeenten uitleggen wat de meerwaarde is van goede ruimtelijke ordening en ontwikkeling.

Geen verdichting zonder maatschappelijke meerwaarde

Zijn er te weinig of te veel regels? Zonder regels kan het echt niet, vonden vele aanwezigen. Soms moet je normering loslaten, als ze vernieuwing in de weg staat. Een goed geleide, luwe regelomgeving kan experiment toelaten. Vlaanderen laat dit toe voor ontwikkeling van brownfields. Peter Vanden Abeele waarschuwde voor “verdichting om verdichting”. Verdichting is een systeemmeerwaarde. Die moet ook nog aangevuld worden door maatschappelijke meerwaarde. De leuze zou moeten zijn: “geen ontwikkeling zonder lokale meerwaarde voor de buurt”. Maakt dit tot richtlijn. Het is opletten voor “verappartementisering”. Opletten dat ruimte, die reeds in particuliere handen is, niet een tweede keer wordt verkocht dankzij verdichting. Particuliere bouwontwikkelaars kunnen toch niet zomaar kernen volproppen en problemen op de gemeenschap afwentelen? Door mensen in een wijk te proppen komt de bakker niet zomaar terug. We moeten andere mechanismen zoeken. Zoniet, voeren we beter een echte betonstop in, tot de kwaliteit er is.

Slapeloos door planschade

Alex Verhoeven vroeg aandacht voor en steun van de lokale ambtenaar, op wie veel afkomt (druk van partijen met belangen). Enkelen van hen verzuchtten die dag hoe complex de ruimtelijke materie soms is. Beleidsmensen slapen er niet van, uit angst de verkeerde pennentrek te zetten voor de volgende 50 jaar. Projectregisseurs en projectteams kunnen helpen. Lokale besturen hebben evenzeer nood aan ondersteuning. Kan de hogere overheid steun bieden?

Hoe omgaan met planschade? Hoe de regels communiceren? Halen burgemeesters de volgende verkiezingen wanneer ze maatregelen nemen die “onpopulair” zijn? Niet goed begrepen? Sijpelt dit soort kennis en begrip door? Wat is nodig voor die mentaliteitswijziging? Verandering op een aantal vlakken tegelijk, ook fiscaal.

Hier moesten wij (in een persoonlijke zijsprong na het congres) denken aan een voorstel uit de advocatuur, een beroep belaagd door digitale disruptie. In een krantenbijlage (Legal Success van Smart Media, november 2017), opperde Allen & Overy-partner Wim Dejonghe het idee om juridische vragen die steeds terugkomen te standaardiseren via een app. Waarom niet, waar mogelijk, standaardisering invoeren tussen kleine beleidsniveaus, ten voordele van schepenen en gemeentepersoneel dat inzake omgeving en ruimte niet altijd de gespecialiseerde kennis bezit? Kan dit helpen? De druk op (fout) ruimtegebruik zit vaak lokaal. Dit toonde een week later het nieuws rond het casino in Middelkerke, waar huiswerk dient overgemaakt.

Een heel progressief raamwerk is voor architecten en stedenbouwkundigen dankbaar om in te werken, zei Luc Eeckhout. Dit gebeurt gemakkelijker wanneer overheden grondeigenaar zijn. Er bestaan mechanismen zoals erfpacht en recht van opstal. Ze staan beschreven in “Recepten voor kernversterking”. Vandaag hebben nog al te veel ontwikkelaars vrij spel. Zonder enige randvoorwaarde, zonder maatschappelijke meerwaarde. Er is nood aan progressieve opdrachtgevers die kijken naar positieve impact. Blijf als bestuur die kwaliteit afdwingen en vragen, zei Peter Vanden Abeele.  

Honoreer geen cement, honoreer de open ruimte

Het wordt tijd dat we de open ruimte, die enorm waardevol is, in ons waardemodel steken, vonden Jean-Paul Close en Alex Verhoeven (Een week later ligt een grote cementproducent onder vuur voor leveringen in oorlogsgebied). De doorsnee particuliere eigenaar moet inzien dat vrije en van bouwen gevrijwaarde ruimte even waardevol is. Dit wordt vandaag niet gehonoreerd. Beseffen wij voldoende dat aantrekkelijk wonen, volgens de juiste waarden gedreven, steden aantrekkelijk kan maken en industrieën kan hier houden? Alleen al wegens de schone lucht gebeurt het dat bedrijven niet de wijk nemen naar China. We mogen niet bang zijn om de lat veel hoger te leggen, zei Luc Eeckhout. Daar komen hele goede projecten uit die bovendien veel minder kostelijk zijn.

Woning kopen: economisch houdbaar?

Een woning kopen wordt onbetaalbaar. Jongeren werken er een groot deel van hun leven voor en lopen aan het handje van banken. Huren wordt niet voldoende gewaardeerd in Vlaanderen. De bijklank is “sociaal” en “kwetsbaar”. Dat is in het buitenland anders. De financiering ervan zit in Vlaanderen ook niet goed. Sociale woningbouw is verder heel duur. Aan de loodzware lastenboeken schort ook wat. Hoe kan huren even aantrekkelijk worden voor de gewone burger? De baksteen in de maag geraakte er decennia geleden in; die geraakt er toch ook weer uit. Het model is niet houdbaar op termijn. We zien er economisch nu al de uitwassen van.

Wonen als dienst

Als wij wonen nu eens als woonrecht gaan zien, en het wonen in een deelsysteem zetten, opperde Peter Vanden Abeele. Wonen als dienst, niet zoals mobiliteit als dienst. Dit laatste is in ontwikkeling. Steden kunnen pionieren inzake woonaanbod gebaseerd op woonrecht. Voor sociaal kwetsbare groepen wordt dit vandaag in Gent en Antwerpen al uitgetest. Waarom zet een stadsontwikkelingsbedrijf vandaag alleen in op koop en niet op huur? Kunnen wij afstappen van “mijn huis, mijn pensioen”? Wij Vlamingen, bij de grootste particuliere grondeigenaars in Europa? Kan daar iets anders tegenover staan?

Er is wel degelijk momentum

Goed nieuws voor overheden: het gaat er niet enkel om, een ruimtelijk beleid van boven naar beneden door te duwen en het draait ook niet om een paar kleine initiatieven die de kop opsteken. Zo komen we er niet, meent Peter Vanden Abeele. Wel ziet hij vandaag een goede “middenruimte” van burgers die mentaliteit klaar zijn voor verandering. Zo kan een interessante coalitie gesmeed worden tussen verschillende niveaus. Burgers staan soms mentaal al veel verder dan politici denken. Ondanks het bestaan van voldoende hindernissen zou dit een bemoedigend slotwoord moeten zijn voor wie de sleutels voor ruimtelijke ordening in handen heeft.