Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck: 'Misschien gaan er een paar generaties over heen, maar de Vlaming moet duurzaam ruimtegebruik zelf willen' - Deel 1

Op 6 december sprak Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck in Wetteren over duurzaam ruimtegebruik, op uitnodiging van de bibliotheek en de adviesraad voor ruimtelijke ordening (gecoro). ‘Er is met bijna onomstootbare zekerheid een opwarmingsprobleem op wereldschaal’, stak hij van wal. ’Achter de broeikasgassen zit een probleem dat te weinig op tafel komt: ons ruimtegebruik.’

Hiermee snijdt de Vlaams Bouwmeester een ‘moeilijk onderwerp’ aan. ‘Eentje waar spanning opzit’. Een cruciaal thema ook, want anders gaat hij er geen 6 tot 12 per maand (!) de boer voor op. Maken wij ons nieuw gedrag eigen? Want daar komt het wel op neer.

Deze tekst is ons eigen verslag. Hier is deel 1 van dit artikel: over 3 harde feiten. In deel 2 volgen voordelen, misverstanden en aanbevelingen.  

Teelten in Almeria (Spanje). We zien niet altijd hoeveel plaats we innemen.

Teelten in Almeria (Spanje). We zien niet altijd hoeveel plaats we innemen.

3 harde feiten

Hard feit 1: we nemen té veel plaats in

Achter te veel broeikasgassen zit een probleem dat te weinig op tafel komt: ons ruimtegebruik.

Er is een probleem: de mens leeft op aarde op te grote voet. Letterlijk. We nemen te veel plaats in. Sinds we in het antropoceen zijn aanbeland, oefent de mens de grootste invloed uit op fenomenen en processen. Dat is slecht, als we dingen niet goed doen en dingen niet willen zien. We zien niet hoeveel ruimte we innemen. Enkele pakkende cijfers:

  • 70%: de vruchtbare gronden op aarde die de mens vandaag inneemt voor landbouw, transport en wonen. Dit is ongeveer het maximum dat de planeet aankan en dat de dominante soort voor zich en de hem toebehorende dieren (dierenteelt, huisdieren) kan voorbehouden.
  • 30%: de vruchtbare gronden op aard die naar de 8,7 miljoen andere fauna en flora gaan.2-3 miljard: het aantal inwoners op aarde die er zouden mogen zijn, willen we tijdens ons beslag op 70% van alle vruchtbare gronden ook nog een rijke biodiversiteit behouden. Met 8 miljard schieten we diep in het rood. Dit wordt alleen nog ernstiger als we met 11-12 miljard zijn.
  • citrusplantages in Almeria (Spanje) (foto). We zien niet altijd welke plaats de menselijke behoefte inneemt.
  • 1,3 miljoen: sterftegraad van de mens op aarde. De twee dominante faunagroepen hebben nu al een voedselbehoefte die groter is dan wat deze aarde kan ophoesten. Vandaag is er structurele ondervoeding op planetaire schaal, voor mens en dier samen.
  • 148: aantal mensen dat sterft in het verkeer. Per uur. Dit komt overeen met het aantal passagiers van één bepaalt neergestort vliegtuig, dat soms meer aandacht krijgt. Verkeersproblemen zijn een symptoom voor overmatig ruimtegebruik.
  • 20 op 100.000: gemiddeld aantal verkeersdoden per jaar in verkavelingen (Amerikaanse cijfers). In de stad is dit maar 5 op 100.000. Dit 4x minder. Het is veiliger zich in het verkeer te begeven in een stad.
  • 4.200 km2: de evacuatiezone in Tsjernobyl, waar langetermijneffecten gemeten werden op eland, hert en everzwijn. Studie toont dat de biodiversiteit qua aantal er na 20 jaar gelijk is aan die van vier natuurreservaten buiten de evacuatiezone. Het aantal wolven is in die zone 7x groter. ‘Er moet toch iets beginnen dagen bij ons’, vindt Van Broeck, ‘als het goed gaat op de plekken waar de mens niet is’.

Zijn wij ons in België voldoende bewust van onze royale voetafdruk? Bij de plaats die onze woning, onze tuin en onze auto (30 m2) innemen? Ook hier zijn er enkele feiten (zie o.a. BRV Witboek):

 

  • 33% ruimtebeslag in Vlaanderen;
  • 6 ha (of 12 voetbalvelden): dagelijkse toename van het ruimtebeslag in Vlaanderen;
  • 41,5%-50%: ruimtebeslag in Vlaanderen in 2050, indien de 6ha per dag aanhoudt;
  • 14%: percentage van het aandeel verharde grond in Vlaanderen;
  • 100m2: gemiddelde oppervlakte van een sociale woning in België, tegenover 23%: percentage appartementen in het Vlaams woningbestand, tegenover 41% in Europa?
  • 100-200 woningen per hectare: van toepassing voor dorpen in Italië of Frankrijk, die soms 8 bouwlagen tellen, terwijl wij veelal 2 bouwlagen zien.
  • 20%: percentage grotere energiebehoefte meer voor open bebouwing ten opzichte van gesloten bebouwing.

Vlaanderen is één grote verkaveling, één verbrokkeld geheel. Vooral grijs qua dichtheid, en niet zwart of dichtbevolkt, zoals Parijs of Londen. Van Broeck wijst erop dat het aantal inwoners in Vlaanderen per gebruikte km2 al jaren aan het dalen is. Het bevolkingsaantal stijgt niet, maar ons ruimtebeslag wél. Het aantal mensen per gebruikte hectare blijft bijna constant. De dagelijkse toename in ruimtebeslag blijft hangen rond 6 hectare. Er tegen ingaan betekent geen ‘betonstop’, preciseert Van Broeck, maar stoppen met bijkomende grondruimte innemen. Tot 1996 was de dagelijkse toename nog 12 hectare.

Dieren in de evacuatiezone rond Tsjernobyl

Dieren in de evacuatiezone rond Tsjernobyl

Hard feit 2: een kleiner ruimtebeslag is beter voor het klimaat

Wij kunnen het tij keren door gewoon minder ruimte in te nemen. Daarmee geeft Van Broeck een wending aan het klimaatdebat. We dénken dat we goede dingen doen. We kappen bossen voor onze pellets, want we denken dat dit ecologisch is. ‘We moeten oppassen dat we onszelf geen groen geweten schoppen met de verkeerde dingen’, aldus de bouwmeester.

‘Vandaag zijn we bereid te praten over windmolens, fotovoltaïsche cellen, passiefhuizen en douchespaarkoppen, maar aan ons duurzaamheidsdebat hebben die overige 8,7 miljoen fauna en flora weinig’. Als we niet opletten, kennen we zulke dieren alleen nog van de dierentuin. Dieren hebben iets anders nodig, zegt Van Broeck. ‘Je schrikt ervan hoe eenvoudig: plaats. Dat is wat wij hen niet meer willen of kunnen geven, en waar we het ook niet over hebben vandaag.’

Neem twee steden van elk vijf miljoen inwoners, Atlanta en Barcelona. Hun CO2-uitstoot kan worden gelinkt aan hun ruimtegebruik:

Ons ruimtegebruik is niet leuk meer.

Atlanta: ‘gigantisch verkaveld gebied’ van 7600 km2 met een CO2-uitstoot van 7 ton per inwoner per jaar.
Barcelona: ‘compacte stad’ van 648 km2 met een CO2-uitstoot van 1,2 ton per inwoner per jaar.
Balans: 7x minder CO2-productie voor dezelfde maatschappelijke taak in de stad die minder ruimte inneemt.

Van Broeck rekent ook eventjes de CO2-uitstoot van een aantal woningen voor:

  • 8,4 ton CO2 per jaar: grote villa met tennisveld
  • 5,2 ton CO2 per jaar: kleine villa met tuin
  • 4,2 ton CO2 per jaar: een rijwoning
  • 1,2 ton CO2 per jaar: een appartement in de stad

Hard feit 3: we betalen ons ruimtebeslag

Zo weinig mensen en toch zo verspreid. Wij zijn alles aan het uitsmeren. Amerika deed dat, maar het kost handenvol aan wegen, nutsvoorzieningen, brandweer, bestuur. ‘Urban sprawl’ kost de Amerikaanse overheid 1000 miljard dollar per jaar, zoals een studie berekende in 2015.

Engeland smeerde de bebouwing niet uit. Daar ligt rond elke stedelijke kern een groene zone of greenbelt, waar niet gebouwd mag worden. Engelse steden moesten dus inbreiden. Wij moeten af van ons uitgesmeerd model, want we betalen ervoor. Enkele cijfers en records: 

  • 420-425 km: filerecord in 2016;
  • 15%: percentage waarmee files zijn toegenomen;
  • 51u file per Belg per jaar (2014), 101u file voor wie naar Brussel rijdt;
  • 70-90 minuten, gemiddelde reistijd per dag voor bestuurders;
  • 17-18%: percentage van wie in Vlaanderen en Wallonië op het werk geraakt zonder auto (Brussel: 41%);
  • Eerste doodsoorzaak bij jongeren 20-25 jaar: autoverkeer;
  • 8,8 miljoen: aantal dieren in België doodgereden in het verkeer (2015);
  • 24.244: aantal dieren doorgereden in het verkeer per dag (2015) (Natuurpunt);
  • Hoogste aantal km wegenis per wooneenheid;
  • Hoogste aantal km nutsvoorzieningen per wooneenheid.
Als er rond een Toscaans dorp verkavelingen zouden liggen, dan zou er geen kat naartoe gaan.

Voor Europa horen we inzake ruimtebeslag bij ‘de slechtste leerlingen van de klas’. En dit Europa zal ons regels opleggen, benadrukt Van Broeck. ‘Als ons gedrag niet verbetert, dan wacht ons een gigantische boete van Europa, die de staat zal doorrekenen aan de belastingbetaler. We zullen de doelstellingen veel makkelijker halen als we meer verdicht ('denser') wonen.’

Een inwoneraantal van 11 miljoen in België is te vergelijken met de 12 miljoen van de Parijse metropool. Voor Londen is het nog wat meer. ‘Parijs en Londen kunnen zich een metro veroorloven omdat er genoeg mensen zijn per halte wonen. In ons versnipperd gebied kan je geen openbaar vervoer organiseren dat betaalbaar is. We hebben duizenden stopplaatsen met te weinig passagiers’, aldus Van Broeck.

Vlaanderen heeft 2,8% beschermde natuur en ongeveer 15% kwalitatief groen. Ter vergelijking: Engeland heeft 28,8% beschermde natuur. Rond Tienen vraagt men aan tuineigenaars of zij hun tuin voor een kwart gecontroleerd willen laten verwilderen, zodat de fruitteelt een handje geholpen wordt. ‘Dit is niet alleen naïef kikkers over wegen dragen’, aldus Van Broeck, ‘maar dit gaat om centen, om economie. Het begint op allerlei manieren niet meer zo leuk te zijn’.

Kwalitatieve transformatie

Worden we ons in de toekomst beter bewust van welke ruimte we innemen en denken we hierover na?

Worden we ons in de toekomst beter bewust van welke ruimte we innemen en denken we hierover na?

Vlaanderen pakt het problematisch ruimtegebruik aan. In 2016 stelde het het Witboek BRV of Beleidsplan Ruimte Vlaanderen voor, de opvolger van Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Het tekent een volwaardig omgevingsbeleid uit voor de komende decennia. Er is sprake van kwalitatieve transformatie op basis van ruimtelijk rendement. Vlaanderen wil het ruimtebeslag terugdringen.

Voor de 6 ha gemiddelde inname per dag van nieuwe ruimte wil Vlaanderen tegen 2025 naar een gemiddelde toename van 3 ha per dag. In 2050 moet dit 0 worden. Nog volgens het Witboek BRV hoopt Vlaanderen de uitbreiding van verharde oppervlakte tegen 2050 stop te zetten en bij voorkeur te verminderen. Dit zou in 2040 al 0 moeten zijn.

Het ruimtelijk rendement verhogen kan gebeuren aan de hand van vier grote strategieën, volgens het Witboek: intensivering (verdichting), verweving van functies, hergebruik en tijdelijk ruimtegebruik. ‘We moeten verdichten’, zegt Van Broeck. ‘Hoogbouw of hoger bouwen is één van de mogelijkheden. Een andere oplossing is rijwoningen met tuin.

Het kan alleen maar leuker worden.

Rijwoningen kunnen heel hoge dichtheden aan, maar 60 woningen per hectare is ongeveer het maximum. Tegen 60 woningen per hectare past de hele wereldbevolking in de staat Texas. ‘Vooral niet proberen, maar het zet de zaken in perspectief. We zouden compacter kunnen en binnen 30-40 jaar moeten we echt resultaat boeken’, zegt Van Broeck. Hij hoopt bij ons naar 30 tot 60 woningen te kunnen gaan per hectare. Lees binnenkort deel 2: Welke zijn de voordelen van een kwalitatieve transformatie?