Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck: 'Misschien gaan er een paar generaties overheen, maar de Vlaming moet duurzaam ruimtegebruik zelf willen' - Deel 2

Met duurzaam ruimtegebruik snijdt de Vlaams Bouwmeester een ‘moeilijk onderwerp’ aan. ‘Eentje waar spanning opzit’. Een cruciaal thema ook, want anders gaat hij er geen 6 tot 12 per maand (!) de boer voor op. Niet om ons een geweten te schoppen, wel om het erin te ‘masseren’. Maken wij ons nieuw gedrag eigen? Want daar komt het wel op neer.

In deel 1 hadden we het over onze te grote ruimtelijke voetafdruk. In deel 2 haalden we uit wat we hoorden 3 voordelen, 7 misverstanden en 20 aanbevelingen.

DSC09482.JPG

 

Voordelen

Voordeel 1: duurzaam ruimtegebruik is niet duur

De overheid hoeft niet bang te zijn: Vlaanderen 'ontsnipperen' en densiteit verbeteren is niet duur. Meer zelfs: het is vaak goedkoper. Niet alleen kán het anders, de kost die de overheid zal moeten betalen om te 'ontsnipperen' is eigenlijk een peulenschil. Én het levert Vlaanderen geld op:

  • 4 miljard euro, maar dan wel per jaar: de kost van de fiscaal aftrekbare bedrijfswagens in Vlaanderen per jaar. Zullen de fiscale stimuli nog de gewoonste zaak blijven in de komende jaren? (Aan de reacties op fileleed te zien dezer dagen zit er al sleet op die gewoonte.)
  • 1,5 miljard, eenmalig: raming kost van compensatiemaatregelen bij planschade (onteigeningskosten grondruil) in de volgende 23 jaar.

Voordeel 2: de mobiliteit wordt beter

Stedelijkheid en densiteit hebben een lineair effect op betere mobiliteit en een lagere afhankelijkheid van de auto. Pas op: zolang we aan de auto alle plaats geven, zal hij die blijven innemen, waarschuwt Van Broeck, die zelf stedelijk woont, hoog in de wolken, en wiens zoon zegt geen rijbewijs meer nodig te hebben.
Vandaag staan onze wagens nog ’23 uur en 4 minuten’ per etmaal stil en toch bestaan er nog allerlei parkeernormen. Daardoor zijn fietsen en openbaar vervoer geen evidentie.
Ontmoedigen we de fiets of de auto? Infrastructuur bouwen helpt. Vraag je niet af hoe meer mensen naar de bus te rijgen, maar bouw een beveiligde en droge fietsstalling. ‘Het is niet duur voor een overheid om dit soort dingen te doen’, vindt Van Broeck.
Manhattan legde fietswegen aan en mat op de toegangsbruggen het aantal pendelaars. Van 5000 ging het naar meer dan 20.000 fietsers (maal 4 op een paar jaar). Als autodelen en zeker zelfrijdende auto’s gemeengoed worden, zullen we van het huidige wagenpark nog maar 10% nodig hebben in stedelijk gebied en 20% in landelijk gebied.

DSC09090.JPG

Voordeel 3: meer levenskwaliteit

Het duurde 100 jaar om onze ruimtelijke ordening om zeep te helpen, het hoeft geen 100 jaar te duren om ze terug recht te trekken. Als we dit ook nog kunnen op een winstgevende manier, zowel voor grondeigenaars als voor spaarders en voor de bouwsector, waarom zouden we het niet doen?

Het wordt leuker in kernen en leuker dichtbij goed functionerend openbaar vervoer. We bewegen meer, want we weten nu dat obesitas meer voorkomt in verkavelingen. Lange reistijden zijn er niet meer, want we weten ook dat ze ten koste gaan van onze relatie wanneer we laat en moe thuiskomen. Op 10 minuten thuis zijn en nog samen een terrasje doen alvorens te eten, da’s een heel ander leven, schetst Van Broeck. Pendelaars hebben veel meer last van burnout. Ook thuiszorg wordt beter, omdat thuisverplegers minder lang vast zitten in het verkeer, minder rondsnellen en meer tijd hebben voor bezoeken. We beseffen vaak niet hoe ons ruimtegebruik ingrijpt op ons leven.

Misverstanden

1. Duurzaam ruimtegebruik is slecht voor de bouwsector: FOUT

De bouwsector wint bij een beter geregelde ruimtelijke ordening, benadrukt Van Broeck. De economie zijn we hoegenaamd niet aan het dood knijpen in naam van het milieu. Waarom? Omdat we op minder oppervlakte méér doen.
Doe aan negotiatiestedenbouw en vraag aan de privésector met kwaliteit te komen, naargelang het concrete geval. Zit je in woonuitbreidingsgebied, bouw dan 60 appartementen in plaats van 40 villa’s. Vraag de aannemer in ruil voor twee bijkomende bouwlagen een park aan te leggen en neem dit nadien over als openbaar domein. Geef zo terug aan de natuur.
Deze aanpak levert de bouwsector winst op, want ze bouwt meer. Er is tewerkstelling in de voornaamste sector in ons land, en er wonen meteen meer mensen aan een potentiële stopplaats van openbaar vervoer. Heb je in een bepaalde buurt al een park, bouw dan rijwoningen met tuin.

2. Meer ruimte innemen is nodig om bevolkingsgroei te verwerken: FOUT

Waarom is grond op deze kleine planeet waardeloos? Zuinig met grond omspringen is toch niet fout?

We hebben 355 inwoners per vierkante km, Engeland heeft er maar 266. Als we de dichtheid meten in het ruimtelijk beslag, per gebruikte vierkante km, dan is die bij ons 2700, veel lager dus dan de 3900 in Engeland.
Als we de dichtheid van Engeland zouden toepassen op het Belgisch ruimtebeslag, dan wonen er vandaag 17 miljoen mensen in Belgïe, enkel als we binnen het ruimtebeslag dezelfde dichtheid hadden als in Engeland en we even zuinig met grond zouden omgaan. Dit betekent dat er bij ons plaats is voor 6 miljoen meer Belgen plaats in de ruimte die reeds is ingenomen in ons land.
Als we een toename krijgen van 1-1,5 miljoen Belgen, dan kunnen we een krimp van 4,5 miljoen mensen verwerken. De bewering dat we voor de bevolkingsgroei net meer ruimte moeten innemen in buitengebied doet Van Broeck af als ‘klinkklare nonsens’. Er is plaats zat in wat we al in gebruik hebben.

3. We mogen niet meer op het platteland wonen: FOUT

Als we dorpen verdichten, kan de natuur opnieuw oprukken tot 200-300 meter ervan en wonen we eindelijk terug op het platteland.

Juist wel. Maar we moeten het tegendeel doen van wat we nu doen. De eerste 500 meter rond gemeentehuis en station moet je vol krijgen. Zorg ervoor dat dorpen en kleine gemeenten opnieuw leven. Te vaak treffen we er lege dorpspleinen, afnemende diensten, leegstand in winkels en doorgaand verkeer van bussen en auto’s.
We zullen niet meer gelijk waar kunnen bouwen. In zijn eigen architectenbureau weigert Van Broeck al tien jaar om te bouwen in een greenfield. Dit kan een kavel zijn in het buitengebied of een autoafhankelijke locatie. ‘Of men nu aanklopt voor een villa, school of kantoorgebouw, we kunnen niet helpen. Wel bouwen in greenfields is alsof een chirurg zou zeggen: “80% valt kreupel van mijn operatietafel, maar het mag”.’
‘Een verdicht dorp heeft net genoeg volk voor een halte van een bus of een trein, voor een crèche, een schooltje, een restaurant, misschien voor een nachtwinkel, waar je na je laatste e-mail ’s nachts nog een tripeltje kan kopen. Het wordt opnieuw veel leuker’, aldus Van Broeck.

4. Verdichting is onmogelijk op het platteland: FOUT

Verdichting is mogelijk op het platteland. Vandaag ligt rond elke dorpskern (die te klein is) 4 à 5 km verkaveling. Dan volgt een streepje groen en daarnaast ligt alweer de verkavelingsgordel rond het volgende dorp. Nu zeggen kleine dorpjes en stadjes in Vlaanderen bij het nieuw ruimtelijke masterplan of BPA: in ons centrum twee lagen en een puntdak, want wij willen een dorp blijven. ‘Dus eigenlijk zeggen ze: we willen een verkaveling’, meent Van Broeck. ‘Het platteland vandaag is wég, kapot.’
Waren dorpen nu niet net dichtgebouwde, compacte ministadjes? Breugel schildert compacte, messchep afgelijnde stadjes. Ramatuelle in de Provence of Santo Stefano di Sessano in de Abruzzen. Als we naar ons eigen land kijken alsof we er op reis zouden gaan, doen we het vanzelf goed. Die soort van kinderlijkheid moeten we opnieuw durven toepassen in onze eigen planning.
Zorg in die kernen voor voldoende léven. Voorzie er allerlei functies die ontmoeting stimuleren. Vandaag wonen mensen dertig jaar alleen en nemen tachtigplussers antidepressiva. Bouw een zorgwoningtoren pal in het dorp, niet in the middle of nowhere.

5. Hoogbouw heeft geen plaats op het platteland: FOUT

Ik ben geen voorstander of tegenstander van hoogbouw, wel van slim omspringen met verschillende vastgoedstrategieën naargelang noden en mogelijkheden. Ik ben vooral voorstander van zuinig omspringen met planeet aarde, want we hebben er maar één.

Naast een kerk moeten we hoog durven bouwen, vindt Van Broeck. Veel erfgoeddiensten zijn bang voor hoogbouw die wedijvert met de kroonlijst van het gemeentehuis of de spitse kerktoren. ‘Wraakroepend’, vindt Van Broeck. Waarom mag alleen een kerktorenhaan op dertig meter hoogte? Waarom zeggen we niet: ‘mag het iets meer zijn?’ Doe ons een paar bouwlaagjes meer, zoals bij vleeswaren en kaas? Waarom is grond op deze kleine planeet waardeloos? Zuinig met grond omspringen is toch niet fout? Ik ben geen voorstander of tegenstander van hoogbouw, wel van slim omspringen met verschillende vastgoedstrategieën, naargelang noden en mogelijkheden. Ik ben vooral voorstander van zuinig omspringen met planeet aarde, want we hebben er maar één.


6. De Vlaams Bouwmeester is rabiaat voorstander van hoogbouw: FOUT

Van Broeck is geen voorstander van alleen torens. Als we de hoogte ingaan, moeten we vlak ernaast laag genoeg blijven, waarschuwt hij. We moeten een kwalitatieve mix nastreven van hoog en laag door elkaar. Die mix is nodig, want anders komt er geen zon bij. Bouw je een neerliggende doos, te vergelijken met de appartementen aan de kust, dan blijft één kant een halve dag in de schaduw. Er komt minder zon bij dan bij een rechtopstaande doos. Oppassen dus als je de hoogte ingaat, dat je ernaast laag genoeg blijft. Hoogbouw is wel een methode om te verdichten.

Inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzicht, aldus Van Broeck. Je moet burgers wel woonmodellen tonen en de verschillende impacten tonen. Altijd hoog of altijd laag gaan? Beide zijn goed, beide kunnen slecht zijn, je hebt goede architecten nodig om densiteit leefbaar te maken. Architectuurkwaliteit gaat niet over mooi, maar over goed en maatschappelijk verantwoord bouwen.’ De faculteit Architectuur Sint-Lukas en KU Leuven Gent maakt dit semester een oefening over hoogbouw in landelijk gebied. Het is belangrijk dat vaklui en architecten dit meekrijgen.

7. Isoleren is ecologischer dan densiteit: FOUT

Densiteit of verdicht wonen is de meest ecologische variante van de twee. Een studie berekende dat de CO2-uitstoot van een vrijstaande passiefbouw, in een verkaveling en autovrij, dezelfde voetafdruk heeft als een negentiende-eeuwse rijwoning in de stad die niet-geïsoleerd is, op 2-3% na. Als je de negentiende-eeuwse rijwoning in de stad isoleert, wordt ze 23% performanter dan de vrijstaande passiefbouwvilla. Met isolatie sussen we misschien vooral ons geweten…

Aanbevelingen

Tenslotte doet de Vlaams Bouwmeester enkele aanbevelingen. Sommige staan te lezen in het Witboek BRV:

  1. Het ruimtebeslag moet dalen.
  2. Zet alle woonuitbreidingsgebieden zo snel mogelijk om in natuur en landbouw, behalve als ze goed gelegen zijn.
  3. Maak vrijstaande en open bebouwing strafbaar.
  4. Leer openbare loketten de verdichtingsrefleks aan.
  5. Doe geen minder dan 30 woningen per hectare landgebruik meer.
  6. Voer minimale dichtheden in in plaats van maximale dichtheden.
  7. Pas het kadastraal inkomen aan: lager in steden, hoger in buitengebied. Bij ons is het kadastraal inkomen van een stadswoning groter dan dat van een woning in buitengebied. Eén burger gaf een kras voorbeeld uit eigen portefeuille: 1300 KI voor een Brussels appartementje, 600 KI voor een woning in een Vlaamse landelijke randstad. Absurd, vindt Van Broeck. ‘Woningen die de staat meer geld kosten zijn goedkoper dan woningen die geld opbrengen. Overheden passen de hogere kosten voor het buitengebied nu gewoon bij’.
  8. Kies voor oorzaken aanpakken in plaats van quick wins. Het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid zegt: we willen de rijvaardigheid van onze jeugd verbeteren. Neen, zegt Van Broeck. Zorg dat hun ouders verhuizen (denser gaan wonen). Met rijvaardigheid reduceer je het aantal slachtoffers met 10%. Als ouders verhuizen, reduceer je het aantal slachtoffers met 75%. Waar is de quick win? Waar is de oorzaak van problemen?
  9. Pas intelligente, flexibele regelgeving toe. RUPs zijn binnen de twee jaar verouderd; die moet je kunnen herzien wanneer iemand met een beter idee komt, zoals schaakprogramma’s, die hun eigen algoritmes herschrijven in functie van de tegenstander. Regelgeving die zichzelf transformeert in functie van de regelgeving: bv. altijd vergunnen als vraag en aanbod in evenwicht zijn. Dat is slimme regelgeving. Van Broeck wil visionaire taskforces, die helpen dat je een vergunning op twee maanden hebt in plaats van op twee jaar. ‘Dit helpen we versnellen.’
  10. Sta vergunning toe voor wat nog niet op het plan staat. In Nederland mag je op een aantal plekken nu bouwvergunningen aanvragen voor een gebouw zonder de invulling al concreet te bepalen. Je weet bv. dat het om woonondersteunende functies op het gelijkvloers gaat, maar je hoeft ze nog niet te kennen. Herbestemming wordt eenvoudig. Als de ene bestemming niet ‘pakt’, kan je herbestemmen met een gewone notificatiebrief aan de gemeente. Geen vergunning meer nodig en aanvechten kan ook niet meer. Dit geeft meer rechtszekerheid.
  11. Voer de minimum kroonlijsthoogte in. Dus geen problemen meer wegens het niet navolgen van een maximum kroonlijsthoogte.
  12. Spring creatief met leegstand om. In Osaka zette een sleutel-op-de-deur-firma kijkvilla’s neer in een leegstaand stadion.
  13. Sta creatieve architectuur toe. In Groot-Brittannië worden in een paar weken tijd met containers 100 woningen gebouwd voor vluchtelingen, met een gloednieuwe keuken en badkamer. Bij ons laat de regelgeving dit niet toe.
  14. Sta dubbel gebruik toe. Wij hebben het kleinste aantal nieuwe sociale woningen van alle EU-lidstaten per jaar. Wij hebben 100.000 gezinnen op de wachtlijst en we produceren 5000 nieuwe sociale woningen per jaar. Een gemiddeld appartement is in Europa 65 m2; in België is dit 85 m2 en het gemiddeld sociaal appartement is 100 m2. Je moet alle functies van de kamers kunnen optellen.
  15. Doe aan negotiatiestedenbouw: geef de bouwsector enkele lagen extra in ruil voor kwaliteitseisen. Dit vergt enige sturing. Vraag goede natuurvoorziening in elk project. Een immobiliënproject in Oostkamp resulteerde, na het polsen van alle partijen, in 196 in plaats van 120 woningen, gebouwd op slechts 2 van 6 hectaren. De overige 4 hectare wordt ruimte voor moerasgebied en knuppelpaden en wordt zo onderhoudsvrij mogelijk. De bouwsector kreeg 60 woningen meer. Er is meer groen over. Er wordt enkel gebruik gemaakt van bestaande straten en het hele project ligt op 10 à 15 minuten fietsen van het spoor in Brugge.
  16. Test grondruil uit. Maak sociale gronden tot eerste partner en als tweede partner gemeenten met een te lage dichtheid in kernen, die bereid zijn om die dichtheid via nieuwe regelgeving te verhogen. Zo krijgen ze meer inwoners en een goede mix, zonder concentratie van kansarmoede. Voor grondruil bestaan verschillende methoden. Als je via grondruil de dichtheid opdrijft, krijg je grondrendementen die je kan oogsten op de plaatsschade (die maar 1,5 miljard is) op 2 jaar tijd. De negatieve effecten van de Vlaamse ‘kruimelkaas’ (versnipperd gebied) zijn aan het verdwijnen.
  17. Assimileer regelvrije gebouwen. Ons land telt vooral slechte torens, omdat we er enkel sociale woningen in onder brachten. Dat ligt niet aan de bouwhoogte. Een te eenzijdige invulling geeft in een verkaveling ook problemen.
  18. Niet meer doen, maar beter. Ons economisch model vandaag zit aan het eind van zijn Latijn. Zolang er kapitaalsdruk is op ruimte, heeft de planeet het moeilijk en zolang is de sector van ruimtelijke ordening de laatste verdedigingslinie alvorens open ruimte het slachtoffer wordt van economische dogma’s. We zullen ons mensbeeld en ons economisch model moeten aanpassen aan het model dat een stukje op ruimtelijke nederigheid gebaseerd is.
  19. Ga anders om met erfgoed. De kerk van Bossuit (Avelgem) werd gered door het dak eraf te nemen. Het gebouw stond jaren leeg, maar loopt nu elk weekend vol met fotografen en wandelaars. De booggewelven werden in granito weergegeven op de vloer. Monumentenzorg vergeet dat hoog ook goed is. Probeer eens in Vlaanderen het gelijkvloers van een beschermd gebouw eruit te zagen: Herzog & Meuron deden het in Madrid. Ik verwacht van erfgoed een nieuwe visie. Een gebouw is geen vast object, wel een proces van permanente verandering. Een gebouw sterft op het moment dat het stopt met veranderen. Een gebouw klasseren is zeggen: we gaan zijn veranderingsprocessen gaande houden. We gaan deze veranderingsprocessen begeleiden naar een hoger ambitieniveau. Inzetten op kwaliteit.
  20. Goed beleid is mogelijk, je moet alleen durven. Interlokale vereniging Leiedal West-Vlaanderen pakt de congestie aan en de hoge afhankelijkheid van de auto in industrieterreinen door op een andere mobiliteit in te zetten over gemeente- en stadsgrenzen heen. De plaats die ze wegsnijden voor auto’s geeft ruimte aan 30% meer bedrijven.