Vluchtelingenproblematiek beroert architecten

Het Departement Architectuur aan KU Leuven richt vanaf mei 2016 een jaarlijkse prijs in voor de studie en praktijk van duurzame architectuur, na samenspraak met de familie van een maatschappelijk zeer bewogen oud-student die jong overleed, de ingenieur-architect Maarten Bouwen (1976-2014).

Het Fonds Maarten Bouwen (binnen het Leuvens Universitair Fonds) reikt deze prijs uit aan een eindontwerp, onder de vorm van een project, van masterstudenten in de ingenieurswetenschappen, afstudeerrichting architectuur, die blijk geven van een uitmuntende visie op duurzaamheid, zowel aan KU Leuven als aan instellingen waarmee de universiteit samenwerkt.  

Duurzame architectuur is voor het Department Architectuur meer dan de techniek van energiezuinig en milieuvriendelijk bouwen in de vingers hebben. Het is blijk geven van architectuur met een ‘brede maatschappelijke insteek’ of maatschappelijke meerwaarde.

De constructie van een gebouw of van gebouwen kijkt ook naar sociale relaties en culturele betekenissen. Een duurzame visie houdt rekening met contextuele factoren zoals mobiliteit, inplanting en landschap, en langetermijndenken (bouwen voor meer dan één generatie).

In verschillende vakken komen studenten Architectuur in de ingenieursopleiding met duurzaamheid in aanraking. Van bouwfysica en installatietechnieken tot Project Development & Management. Het Departement Architectuur streeft ernaar dat studenten zich een duurzame attitude inzake architectuur eigen maken. De prijs van het Fonds Maarten Bouwen draagt hier een steentje toe bij. 

De prijs werd voor het eerst uitgereikt op 20 mei 2016, op basis van een shortlist van vier projecten uit afstudeerjaar 2015. Een vierkoppige, onafhankelijke jury boog zich over de ontwerpen: professor Architectuurtheorie Hilde Heynen, die betrokken was bij de oprichting van deze prijs; André De Herde, emeritus-professor UCL; Anne Malliet, lid van Team Vlaams Bouwmeester en Marie-José Van Hee van MJoseVanHee Architecten. De vier projecten waren:

  1. Jonathan Teuns, The Poljane Commons. A Strategy of Collective Voids and Public Plinths in Ljubljana (promotoren Tom Thys, Ward Verbakel)

  2. Wouter Verstraete, Temenos Bezigrad. A Formal Sanctuary for the Super-Rich (promoren Tom Thys, Ward Verbakel)

  3. Tina Pinxten, Lennert Rasking, Machiel Van Nieuwenhove, Emmanuel Van Oost, Towards a Territorial and Urban Integration of Gaza Camp (Jordan). The Main Road as Mediating Figure (promotoren Bruno De Meulder, Guido Geenen, Lieve De Cauter, Ismae’l Sheikh Hassan)

  4. Lise Bosmans, Dieter Suls, Wouter Verbiest, Een verkleinde wereld in de dorpskern van Duffel. Integratie van psychiatrische zorg en wonen (promotoren Henk De Smet, Ann Heylighen)

Motivatie om als startend architect duurzaamheid mee te nemen in toekomstige ontwerptrajecten en om sociaal gemotiveerd werk te leveren.
— Machiel van Nieuwenhove

De prijs ging naar het Gaza Camp-project van Tina Pinxten, Lennert Rasking, Machiel Van Nieuwenhove en Emmanuel Van Oost. Gezamenlijk werkten de vier studenten een aanpak uit voor de territoriale en stedenbouwkundige integratie van een Palestijns vluchtelingenkamp in zijn directe Jordaanse omgeving. Het gaat hier om ingenieur-architecten die erg maatschappelijk geëngageerd zijn. Het project werd ook eervol genomineerd in de VRP-afstudeerprijs 2015.  

‘Wij zijn uiteraard zeer blij met deze prijs en de familie Bouwen zeer dankbaar. Na vijf jaar studeren is dit een mooie bekroning van ons afstudeerproject." 

Architecten en vluchtelingenproblematiek

Machiel haalt er cijfers bij van de VN: ‘vandaag is 1 op 100 of 65 miljoen van de wereldpopulatie ontworteld,’ zegt hij. Het wordt een  uitdaging voor architecten en stedenbouwkundigen om daar een antwoord op te bieden. ‘Wegens het toenemend aantal vluchtelingen wereldwijd – en meer specifiek de aanhoudende situatie van miljoenen Palestijnse vluchtelingen - voelt werken in een vluchtelingencontext als architect en stedenbouwkundige bijzonder relevant.’  

‘Volgende vraagstukken worden in de toekomst steeds prominenter: hoe omgaan met de spanning tussen permanentie en tijdelijkheid van een kampsituatie, hoe kampen functioneren als sociale weefsels, of een kamp al dan niet kan en mag verworden tot een stad, en hoe een kamp als stedenbouwkundige en landschappelijke figuur kan bekeken en geïntegreerd worden in de omgeving. Ze vragen een belangrijke inzet van – onder meer  – architecten en stedenbouwkundigen’, besluit hij.   

Gaza Camp 

Jerash Camp, beter bekend als Gaza Camp, is één van de oudste en armste van de vele UNWRA-kampen. Omdat dit soort kamp een apart statuut heeft en niet onder het bewind van de lokale autoriteit valt, maar onder dat van de Verenigde Naties (UNRWA), werd het als ruimtelijke omgeving – het bestaat sinds 1968 voor ca. 29.000 personen – volledig anders dan de omgeving behandeld. Om te beginnen leverde dit een tweespalt op. 

Plan van de omgeving van het kamp. Legende: Transversale, longitudinale en puntsgewijze interventies langsheen de hoofdweg

Plan van de omgeving van het kamp. Legende: Transversale, longitudinale en puntsgewijze interventies langsheen de hoofdweg

Er is nog een andere problematiek: zulke kampen barsten uit hun voegen. Overbevolking leidde in de afgelopen jaren tot verschillende informele uitbreidingen – dorpjes, maar aan deze ontwikkeling geeft de Jordaanse autoriteit of UNRWA niet bijzonder veel aandacht of sturing. Een hoofdweg verbindt het kamp met deze dorpjes.   De prijswinnaars analyseerden ter plaatse de omgeving (landschappelijk, stedelijk, historisch, architecturaal, sociaal en economisch) grondig. Ze hielden een blog bij en deden voorstellen om het kamp sterker bij de omgeving te betrekken. Ze zagen wat voor een belangrijke levensader de hoofdstraat was. Van deze straat vertrokken zij als de belangrijkste ruimtelijke figuur om tot een betere integratie met de omgeving te komen.  

Concreet werkten ze vijf ontwerpen voor functies uit:

Deze bewijzen niet alleen hoe veelzijdig de hoofdstraat is, ze versterken ook de verbinding met de omgeving en spelen in op de noden van zowel kamp als omgeving: een slachthuis, een recyclagecentrum met een typologie voor huizenblokken nabij, een voetgangersbrug (in de plaats van slechte trappen), een dak voor het bus- en autoverkeer, en een wadi.

Het team van vier werkte met focusgroepen om noden in kaart te brengen. Het zocht ook een lokale bruggenbouwer, een persoon, al dan niet met stedenbouwkundige achtergrond, die later zelfsturend en zelfoplossend kan optreden door verschillende belanghebbenden rond de tafel te brengen. Het doel van de scriptie was aan lokale partners te tonen dat zowel het kamp als de omgeving troeven hebben, en dat grensoverschrijdende samenwerking noodzakelijk is.  
Dit kon de jury overtuigen: ‘de zeer sterke analyse van landschap en omgeving, de bescheiden maar gepaste vormentaal, het ecologische bewustzijn dat spreekt uit de projecten, en de hoge mate van zelfreflectie die de studenten aan de dag legden. Er was ook een intensieve samenwerking van de studenten met stakeholders en bewoners, waardoor het project een grote maatschappelijke meerwaarde met zich meebracht.’

Lit. tekst VRP-planningsprijs (zie ook www.vrp.be: afstudeerprijs 2015);
Tekst uitreiking Prijs Fonds Bouwen; website Departement Architectuur KU Leuven (2 juni 2016). Met dank aan Prof. Hilde Heynen en Machiel Van Nieuwenhoven (foto’s en plan). 

Geschreven door Aagje Van Cauwelaert