Joachim Declerck: “Design thinking voedt ruimtelijke transformatie”

Joachim Declerck, Architecture Workroom Brussels

Joachim Declerck, Architecture Workroom Brussels

Hoe betrek je mensen in een innovatief verhaal over architectuur en stedenbouw? Voor Joachim Declerck van Architecture Workroom in Brussel begint dat bij een ontwerppraktijk die met een open vizier en in allianties antwoorden forumuleert op maatschappelijke vraagstukken van onze steeds sneller verstedelijkende wereld: Design thinking.

De open ruimte staat onder druk, daar zijn we ons allemaal van bewust. Dagelijks gaat in ons land nog 6ha open ruimte verloren. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen van 1997 kondigde een verdichtingspolitiek aan. “Bijna twintig jaar later kan worden vastgesteld dat de beoogde trendbreuk onvoldoende is behaald”, lezen we op de website van Architecture Workroom dat in samenwerking met de Vlaams Bouwmeester werkte rond dat thema. “België heeft de meest liberale grondwet van Europa. Het eigendomsrecht is onaantastbaar. Dat iedereen zijn eigen huis bouwt voor zijn pensioen, is bovendien een hoeksteen van onze maatschappij geworden. Intussen staan we nergens als het aankomt op een innovatieve ontwikkelingsvisie. De bestaande grondeigendom moet in vraag worden gesteld. De handel in bouwrechten zal een oplossing moeten bieden. Wat ook met het historisch passief? Zal de huidige generatie dertigers nog interesse hebben in de energie-verslindende villa’s van Brasschaat? Ik betwijfel dat.” 

Visie ondergesneeuwd

Zonder overtuigend leitmotiv, zonder gedragen visie voor de toekomst van een plek of een stad, wordt de toekomst van onze leefomgeving bepaald in de parallelle realiteit van juridische procedures.
Joachim Declerck

Architecture Workroom zelf concentreert zich in de eerste plaats op de ontwikkeling van alternatieve visies. “De wereld van bouw en stadsontwikkeling lijdt aan een doorgedreven juridisering. Visie raakt daarbij ondergesneeuwd. Te vaak worden de juridische procedures een reden om niet langer de fundamentele vragen te stellen: waarom en voor wie willen we een bepaalde ontwikkeling? Wat zijn de echte redenen van een projectvoorstel? Neem bijvoorbeeld Uplace. Het lijkt er op dat de politieke verantwoordelijken hopen dat het project zal vastlopen in procedures. Dat dergelijke grote projecten – publiek of privaat – niet worden bedacht en verdedigd als belangrijke ‘maatschappelijke projecten’ is nefast voor alle betrokkenen – zowel voor de ontwikkelaar die risico neemt, voor de geloofwaardigheid van de overheid, voor de betrokkenheid van buurtbewoners en voor het draagvlak in die samenleving. Zonder overtuigend leitmotiv, zonder gedragen visie voor de toekomst van een plek of een stad, wordt de toekomst van onze leefomgeving bepaald in de parallelle realiteit van juridische procedures. Dat is een recept voor een totale implosie: omdat er zoveel regels en procedures zijn gemaakt, zou het formuleren van de ambitieuze toekomst voor onze woon- en werkomgeving geen zin meer hebben! Dat is een cirkelredenering die bestuurders van hun verantwoordelijkheid ontslaat”, stelt Declerck.

Een afwezige overheid is geen oplossing, vindt Declerck. De realiteit is dat de democratie zich manifesteert in de stedelijke organisatie, dat is de democratie van de ruimtelijke transformatie. Een dialogerende overheid die een duidelijke richting uitzet, en burgers en ondernemers die actief participeren zijn daarbij essentieel.”

Het dereguleringsrefrein

“Maar de boodschap die vandaag blijkbaar het meest aanslaat is die van de deregulering – à la Sarkozy. Luister maar naar de bouwnijverheid zelf”, zegt Joachim Declerck. Hij verwijst daarbij naar interviews met Marc Coucke in Humo en Gaëtan Hannecart, de CEO van Matexi, in De Tijd. Hannecart houdt een vurig pleidooi voor nieuwbouw en wil het BTW-tarief voor nieuwbouw graag zien zakken naar 12%: “Het grote probleem is dat meer dan de helft van de totale kostprijs van een woning terugvloeit naar de overheid” (De Tijd, 8 augustus 2015) Ook Marc Coucke wil minder bemoeinissen van de overheid. Hij reageerde op de mogelijke plicht om in gebouwen van meer dan 50 eenheden 20 procent te reserveren voor sociale woningen. “Stel u voor dat wij hier tien sociale woningen hadden moeten plannen. Als je je het niet kunt permitteren, ga je toch ook niet in een sterrenrestaurant eten? Of gaan we daar een korting verplichten voor minderbedeelden … Stel dat hier beslist moet worden over de heraanleg van de oprit: ik wens die tien gezinnen veel succes.” (Humo, 4 augustus 2015).

Het is veel makkelijker om op de laatste groene stukjes een verkaveling te realiseren, dan om een verkavelingen van Matexi uit de jaren ’80 te gaan herontwikkelen. Nochtans is dat de echte opgave...
Joachim Declerck

Het bevestigt Joachim Declerck in zijn analyse dat de visie ook niet van de bouwnijverheid zelf kan komen. “Die bouwnijverheid vraagt steeds om wat vandaag makkelijk gebouwd kan worden, zoals verkavelingen of woonontwikkelingen voor hogere inkomensklassen op fantastische locaties, nòg makkelijker en voordeliger te maken. Dat etaleert het conservatisme of de tunnelvisie die we accepteren van onze bouwcultuur, met een gebrek aan maatschappelijk bewustzijn en engagement. Opnieuw: niet onlogisch als er geen publieke toekomstvisie is waaraan die private investeerders mee kunnen werken. Dat is de volgende stap die we nodig hebben: de overheid moet vanuit een heldere visie, en via fiscaliteit en ruimtelijke regelgeving, net die ontwikkelingen makkelijker en winstgevender maken die maatschappelijke problemen oplossen (en niet erger maken), en die vandaag nog erg moeilijk zijn. Een voorbeeld: het is veel makkelijker om op de laatste groene stukjes een verkaveling te realiseren, dan om een verkavelingen van Matexi uit de jaren ’80 te gaan herontwikkelen. Nochtans is dat de echte opgave: die woningen vreten namelijk energie, zijn te groot voor onze kleiner wordende gezinnen, en de openbare ruimte is er volledig gericht op de wagen, zoals in Amerikaanse suburbs. Of we laten die plekken verkrotten terwijl we 12 voetbal velden open ruimte per dag bebouwen, of we maken het interessant voor een sterk bedrijf als Matexi om de eigen verkavelingen die zijn verouderd te vernieuwen en te verdichten? Wat kiest u?”

Design thinking

Architecture Workroom bouwt als non-profit organisatie trajecten met ontwerpers en diverse actoren. Zo initiëren we participatief ontwerpend onderzoek.
Joachim Declerck

Voor Architecture Workroom begint de visieontwikkeling bij de ontwerpers. “We stelden vast dat we in ons land een heel sterk ontwerpveld hebben maar tegelijk blijvend kampen met ruimtelijke structuurproblemen. De cynische vaststelling was dan ook dat ontwerpers vaak vast zitten in een business-as-usual scenario: sterke architectuurprojecten bouwen vaak mee aan de verdere verkaveling van Vlaanderen, of nemen ruimte voor binnenstedelijke economie en tewerkstelling in voor aantrekkelijke woonprojecten. De vraag is dus hoe we die sterke ontwerpwereld kunnen laten werken aan alternatieven die wel antwoorden bieden op belangrijke maatschappelijke uitdagingen en doelstellingen, zoals herontwikkeling in plaats van verkaveling, of zoals ruimte voor schone productie en tewerkstelling in de steden houden.”

“Er was en is nood aan Design Thinking om de ruimtelijke problemen aan te pakken. Sinds de oprichting in 2010 bestaat ons werk er in dat te activeren, om daar de context of juiste setting voor te maken. Architecture Workroom bouwt als non-profit organisatie trajecten met ontwerpers en diverse actoren. Zo initiëren we participatief ontwerpend onderzoek. De culturele plek functioneert dan als productieve buitenbaan: een vrije ruimte voor samenwerking en voor de verkenning van alternatieven, die vervolgens in het professioneel en publiek debat worden gebracht. Via die innovatieve trajecten maken we ruimte voor ontwerpers om alternatieve mogelijkheden te verkennen en te verbeelden, en doen we aan agenda-setting. We werken daarom op thema’s zoals verkaveld Vlaanderen en de woningbouwproductie in Vlaanderen, op manieren om terug ruimte te maken voor nieuwe economieën en productie in de stad, op een ambitieuze toekomst voor de open ruimte in dit zeer dicht bebouwde deel van Europa, of op strategieën om de stad niet in getto’s maar als een solidaire leefomgeving te ontwikkelen. We bouwen als verbindingsmakelaar aan partnerschappen met overheden, wetenschappers en de burgersamenleving, om die maatschappelijke vragen op de ontwerptafel te krijgen. Op elk van die thema’s is namelijk een cultuur-omslag nodig en gewenst: dat staat in alle beleidsnota’s van alle besturen van dit land. Een cultureel innovatieplatform is daarom een ideaal middel om die cultuuromslag te verkennen en dichterbij te brengen.”

Open ruimte

In 2015 werd het Open Ruimte Platform, een gezamenlijk initiatief met de VLM, Ruimte Vlaanderen, de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten, en de Vlaamse Vereniging van Provincies, gelanceerd. Dat gebeurde als vervolgstap op de toekomstverkenning ‘Het Open Ruimte Offensief’, die Architecture Workroom met Bovenbouw Architecten voor de Vlaamse Landmaatschappij realiseerde. Het voorstel is om de huidige logica om te keren: in plaats van louter in te zetten op de bescherming van de open ruimte (defensief), werden 6 offensieve toekomstprojecten ontworpen en uitvoerig bediscussieerd.

Het Open Ruimte Platform bundelt de kennis en inzichten van zowel overheden als van nieuwe actoren in de open ruimte, en biedt lokale samenwerkingsverbanden en ontwerpers de ruimte om nieuwe pistes te ontwikkelen en te testen op heel concrete locaties. Het platform brengt zowel diverse sectoren, nieuwe actoren zoals de landgenoten of stadsboerderijen, en gevestigde middenveld organisaties als Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en de Boerenbond samen. “Iedereen is het eens dat er echt een volgende stap nodig is in de manier waarop we vormgeven aan onze open ruimte. Het gesprek tussen al deze partijen in de neutrale ruimte van dit Open Ruimte Platform is constructief. We hopen met die deelnemende partijen een reeks voorstellen te maken voor doorbraken in het open ruimte beleid.”

Albertkanaal. Bron: 75jaaralbertkanaal.be

Albertkanaal. Bron: 75jaaralbertkanaal.be

Eén aandachtspunt is bijvoorbeeld de waterhuishouding. Het valt tussen regenbuien door misschien moeilijk te geloven, maar de waterbeschikbaarheid is in Vlaanderen bij de laagste van Europa. “Als je dan weet dat onder invloed van klimaatverandering het Albertkanaal en de Maas met steeds lagere waterstanden te maken krijgen, stelt zich meteen een probleem voor de landbouw in Limburg en de Kempen. Wij menen dat design thinking hierbij een noodzakelijke tool is om de thematiek te verkennen en tot gedragen oplossingen te komen”, aldus Declerck.

Open water

“Binnen het Labo Ruimte dat door de Vlaams Bouwmeester en de Vlaamse planningsoverheid Ruimte Vlaanderen is opgezet, werkten we met drie ontwerpbureaus én experten en wetenschappers op vlak van waterbeheer en klimaatverandering aan het onderzoekstraject Metropolitaan Kustlandschap 2100. Vandaag worden belangrijke werken uitgevoerd om de kust te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering: dijken en stranden worden opgespoten en verstevigd. Maar waar dergelijke werken in Nederland zijn berekend om de kust tot 2100 of soms zelfs tot 2150 tegen een fors stijgende zeespiegel te beschermen, kijken de Vlaamse bouwwerken slechts 35 jaar vooruit, rekening houdend met een relatief zachte klimaatverandering tot 2050.

Bron: http://mkl2100.laboruimte.be/

Bron: http://mkl2100.laboruimte.be/

Metropolitaan Kustlandschap blikt verder vooruit, en verkent ook hoe we kunnen omgaan met een eventuele ernstiger klimaatverandering. Maar meest cruciaal is dat werd verkend hoe we de kust ook nog aantrekkelijker dan vandaag kunnen maken, terwijl we de hele zone veilig maken. Dus niet alleen beton storten waar nodig, maar dat op zo’n manier dat de investeringen in veiligheid ook de aantrekkelijkheid en leefbaarheid aan de kust versterken. Drie centrale klimaatuitdagingen moeten daarbij worden beantwoord: de stijging van de zeespiegel, de pieken en dalen van neerslag waardoor de polders soms vol dreigen te lopen als een badkuip, én het grotere risico van verzilting. Vele actoren werden bevraagd en zaten mee rond de ontwerptafel. Finaal werden vier scenario’s uitgewerkt tijdens die verkenning, met een aantal heldere adviezen voor vervolgstappen. De basis was gelegd om een volgende stap te maken.”

Ironie en de media

Het enthousiasme bij de actoren om verder te gaan, was groot. “Maar toen besloot een journalist om twee jaar werk te reduceren tot één beeld met een totaal foute krantenkop boven: Red Knokke, laat De Panne overstromen. Nergens in de studie wordt dit voorgesteld, en bovendien is het nonsens omdat De Panne op een verhoogd duinenlandschap is gebouwd en dus niet zomaar kan overstromen. Maar een krant moet verkopen, nietwaar.” Het resultaat laat zich raden: de felle reacties op de krantenkop maken dat de studie even in een mediastorm staat, waarna geen politicus of administratie er nog mee verder kan. “Dat is jammer want zo wordt met één pennentrek een relevante studie én de mogelijkheid om alle neuzen in één richting te krijgen voor een veilige en ambitieuze toekomst voor de kust, onderuit gehaald. En dan, net voor de klimaattop in Parijs, klaagt diezelfde krant aan dat de overheid te weinig doet aan de klimaatverandering. Ironie ten top."

In Vlaanderen durven we publiek niet te zeggen wat de eigenlijke problemen zijn, vermoedelijk omdat we ze dan moeilijker kunnen negeren… In Nederland gaat dat eerder zo: als experten daar iets zeggen, noopt dat politici tot actie.
Joachim Declerck

"Maar als we even uitzoomen: in Vlaanderen durven we publiek niet te zeggen wat de eigenlijke problemen zijn, vermoedelijk omdat we ze dan moeilijker kunnen negeren… In Nederland gaat dat eerder zo: als experten daar iets zeggen, noopt dat politici tot actie. Bij ons moeten we het dus anders proberen. De vraag die daarbij voor mij centraal staat is: hoe kunnen we de condities creëren zodat politiek een kans ziet om een uitdaging echt op te pakken. We moeten mensen meekrijgen in plaats van enkel kritiek te geven. Maar leveren ontwerpers, critici, kennisinstellingen… voldoende tools aan voor de overheid? Neen. Daarom is ons uitgangspunt dat de ontwerppraktijk helpt om te objectiveren wat de uitdagingen zijn, en te verbeelden wat wenselijk en mogelijk is. Nu de media nog meekrijgen.”

Brussels Kanaalplan

Die culturele buitenbaan leidt tot volgende stappen. Zo organiseerde Architecture Workroom in samenwerking met Platform Kanal en het Kaaitheater op eigen initiatief in 2010, 2012 en 2014 het Festival Kanal in Brussel om de blik te verruimen over hoe dat havengebied en industriële stadsdeel er in de toekomst kan gaan uitzien. Wat intussen heeft geleid tot een samenwerking en begeleiding van de regionale overheid voor de uitwerking van een ambitieus stadsontwikkelingsproject (het Kanaalplan of Plan Canal), en een overheid die gemotiveerd is om tot actie over te gaan in een deel van de regio dat bulkt van diversiteit, jongeren, sociaal-economische uitdagingen, en ruimtelijke potentieel.

Up-site. Bron: atelierslion.com

Up-site. Bron: atelierslion.com

Eén van de grote uitdagingen waarvoor de buurt staat is de sociale tweedeling. Vandaag staat de gloednieuwe woontoren Up-site langs het Brussels kanaal. De reacties van enkele van de eerste bewoners in Brussel Nieuws spreken op dat vlak boekdelen. Samengevat: buiten de muren van Up-site is alles vuil, de industrie in de buurt is storend en de conciërgedienst is voor verbetering vatbaar. Joachim: “Dat project is totaal niet geïntegreerd in het bestaande gebied. Up-site staat daar als een eiland in een zone met heel wat verpaupering in Sint-Jans-Molenbeek, Laken, Schaarbeek, de Noordzone. Maar het draagt tegelijk niets bij tot het aanpakken van die precaire sociale situatie. Integendeel, het risico bestaat dat de stem van de welstellende torenbewoner luider klinkt dan die van de omliggende wijken, en dat de industrie er rond verder uit de stad zal worden weggeduwd. Je moet geen stedenbouwkundige of vastgoedontwikkelaar zijn om te zien dat op die industriegronden prachtige, winstgevende woonprojecten zouden kunnen worden gebouwd. Maar net die vervanging van industrie door nog maar eens wonen is geen goed plan in een stadsdeel met een torenhoge werkloosheid bij laaggeschoolden. Een stad is meer dan een verzameling woningen: de ruimte voor werkgelegenheid, recyclage of kleinschalige productie moet worden behouden en versterkt om een stad gezond te laten functioneren, met behoud en vernieuwing van de tewerkstelling voor kortgeschoolden. Zo niet zal de stadsontwikkeling de werkloosheid doen toenenen.”

Door design thinking te activeren gelooft AWB dergelijke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken: “We moeten ons als ontwerper blijvend afvragen wat de reële urgenties zijn en hoe we een beweging op gang krijgen.”