Johan Van Reeth (BUUR): “De regionale ruimtelijke ontwikkeling moet drastisch worden bijgestuurd.”

Johan Van Reeth (BUUR). Foto: Floris Van Cauwelaert

Johan Van Reeth (BUUR). Foto: Floris Van Cauwelaert

Hoe bieden we met een duurzame ruimtelijke ordening het hoofd aan de aangroei van de bevolking, pakken we tegelijk het mobiliteitsprobleem aan terwijl we de leefkwaliteit verbeteren voor iedereen? Het Bureau voor Urbanisme BUUR is trekker van het project Regionet Leuven dat een oplossing aanreikt en een belangrijke pilootfunctie uitoefent voor de rest van Vlaanderen. “De mobiliteit in Leuven is een regionale mobiliteit”, stelt Johan Van Reeth (BUUR). “Om tot een oplossing te komen moet je de hele regio rondom de stad betrekken bij de analyse. De druk op de stad leidt tot meer ontwikkeling van de periferie met de gekende gevolgen van congestie en verlies aan groene ruimte. Het is een vicieuze cirkel.”

“Weg met de slechte regels die de open ruimte verder vernietigen”, riep Geert Noels deze zomer op in een opiniestuk (De Tijd, 12 augustus 2015, p10). In één paragraaf vatte hij het probleem uitstekend samen. “Welke regelgeving leidt ertoe dat vanuit de lucht de landsgrenzen goed zichtbaar zijn?” stelt Noels de vraag. “Sta je weer op de begane grond, dan doorkruis je al snel de lelijkheid van onze lintbebouwing. De gevolgen zijn echter maatschappelijk, economisch en ecologisch rampzalig: duurder openbaar vervoer, congestie, verkeersonveiligheid, slechtere energie-efficiëntie van onze huizen, vervreemding en een krimpend natuurbestand.”

De volgende 2 miljoen Belgen

Terwijl de bevolking aangroeit, stijgt ook het risico op nog meer vernietigen van open ruimte. In 2030 zijn er alweer 12 miljoen Belgen en nog eens dertig jaar later springen we over de 13 miljoen. Zo blijkt uit cijfers van het Federaal Planbureau. Wensen we tegen die achtergrond de mobiliteitsknoop op te lossen en tegelijk leefbaarheid en leefmilieu verbeteren, dan hebben we nood aan vernieuwende organisatieprincipes voor de ruimtelijke ordening die de fouten uit het verleden ombuigen en beletten dat we blijven nieuwbouwen en verkavelen. “In onze studie van de regio Leuven, hebben we vastgesteld dat er nog voldoende bouwgrond is om de bevolkingsgroei aan te kunnen, maar dan verergeren we het probleem. Die resterende bouwgronden zijn slecht gelegen. We kunnen ons niet veroorloven het resterende groen te bebouwen.” Het moet dus anders. 

Stock bebouwbare ruimte rond Leuven. Bron: Regionetleuven.be

Stock bebouwbare ruimte rond Leuven. Bron: Regionetleuven.be

Noot aan Geert Noels: De regel die de open ruimte het meest bedreigt is het eigendomsrecht. “De gronden die nu als bouwgrond zijn opgenomen in het Gewestplan en andere bestemmingsplannen, kan je niet zomaar anders inkleuren. Je raakt daarmee aan het eigendomsrecht. De oplossing is de handel in bouwrechten. Als je het bouwrecht loskoppelt van de grond, kan de eigenaar de waarde valoriseren door de rechten te verkopen om elders bij voorbeeld hoger te bouwen.” Dat is alvast één sleutelprincipe voor een andere aanpak. Maar werkt het ook? “Jazeker, de hoogbouw in Manhattan is op basis van de handel in bouwrechten gebeurd”, weet Johan Van Reeth.

Huidig systeem nog betaalbaar?

Wanneer Vlaams minister voor Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters in 2012 voorstelde om plattelandsbewoners meer belastingen te laten betalen dan stedelingen - omwille van de hogere kosten voor nutsvoorzieningen - stak er een storm van protest op. “Discriminatie is onaanvaardbaar”, klonk het.

Volgens Johan Van Reeth keert die kosten-baten discussie tussen stad en hinterland nog in alle vurigheid terug. “Zodra de zwakke financiële positie van gemeentes – verscheidene hebben het water nu al aan de lippen – een kantelpunt bereikt, zal dit zich fiscaal vertalen. Stedelingen betalen vandaag solidair mee voor het onderhoud van de infrastructuur op het platteland. Dat zal zonder twijfel opnieuw aanleiding geven tot discussies. Zeker als je rekening houdt met de nood aan vaak peperdure investeringen bij nutsvoorzieningen zoals rioleringen, water-, gas-, elektriciteits- en communicatielijnen. De kost om die up to date te houden in suburbane gebieden is vanzelfsprekend vele malen hoger dan in stadsgebied.”

Verdichting aan de haltes

Bron: Regionetleuven.be

Een typische reactie is de kaart van de verdichting te trekken. Dat gaat dan onder meer om meer kleinere woningen op kleinere oppervlaktes en meer hoogbouw in de steden. “Te vaak worden oplossingen gezocht door in te zoomen op het functioneren van de stad an sich. De interacties tussen een stad als Leuven, de buurgemeentes, de omliggende provinciesteden en alles daartussen is zo intensief dat er meer nodig is dan verdichten en herorganiseren wat er zich binnen de stadsgrenzen afspeelt.”

Als die verdichting zich ook in de buurgemeentes en daarbuiten moet afspelen dan toch liefst met een duurzame mobiliteit in gedachten, meent Van Reeth. “Binnen Vlaanderen zien we mobiliteit als een apart gegeven dat post hoc wordt bekeken. In België bouwen we eerst en vragen we ons nadien af of we nog openbaar vervoer kunnen aanbieden. In verschillende Europese stedelijke agglomeraties – Freiburg is een goed voorbeeld – handelt men omgekeerd: eerst plant en realiseert men het openbaar vervoer, daarna de bouw met hoge densiteit rond de haltes.

Geen plaats op de bus

Bron: Wikipedia

Bron: Wikipedia

De periferisering van de stadsregio creëert een druk op de stad. Veel activiteiten blijven zich – gelukkig – immers nog steeds op de stad richten. Het resultaat is natuurlijk een groot verkeersvolume naar de stad. De druk die in de loop der jaren van de stad is afgewenteld, is dus als verkeer terug de stad binnengekomen. Dat blijkt heel duidelijk uit de cijfers die BUUR analyseerde voor het project Regionet Leuven. Zo zijn bij voorbeeld slechts 26% van de autoritten in Leuven tijdens een ochtendspits intern verkeer (Leuvenaars die zich binnen de stad verplaatsen), de rest is bovenlokaal verkeer. Negen op tien pendelaars komen met de auto naar Leuven werken.  Voor veel mensen is het huidig openbaar vervoer geen optie. De bussen staan mee in de file en zijn dus geen performant alternatief. In de Leuvense regio is het oude busnetwerk stilaan gesatureerd: het aantal busreizigers is vervijfvoudigd sinds 1993. Er is dus behoefte aan een fundamenteel ander OV-netwerk. .”

Regionet Leuven

Het project Regionet Leuven vertrekt van die toenemende mobiliteitsproblemen. “Die bedreigen de leefbaarheid, onze economische kracht en het milieu. Deze problemen worden in grote mate veroorzaakt door onze ruimtelijke ordening. Door de verwachte demografische en economische groei zullen de verkeersproblemen in de komende jaren steeds grotere proporties aannemen”, weet Johan Van Reeth. De ambitie van Regionet is de verdere groei van het wegverkeer om te buigen. “Onze ambitie is 20% minder wegverkeer tegen 2030. Dat betekent niet dat we minder mobiel worden. Om de steeds toenemende verplaatsingsbehoefte op te vangen, moet het gebruik van het openbaar vervoer met factor 2,5 groeien tegen 2030. Er moet tegen dan ook dubbel zoveel gefietst worden. Deze ambitie halen we niet enkel met een beter aanbod. We zullen onze ruimtelijke ordening grondig moeten bijsturen”, klinkt het op regionetleuven.be.

Waarom we wonen waar we wonen

Bron: Regionetleuven.be

“23% van de inwoners in Oost-Brabant woont in steden, 50% woont in dorpen en 27% woont in linten, woonparken en op de buiten”. Het dominant autogebruik heeft het mee mogelijk gemaakt dat we massaal op het platteland zijn gaan wonen. Dat versterkte dan weer de afhankelijkheid van de auto. Een neerwaartse spiraal. De dominantie van de auto heeft bovendien het openbaar vervoer en het gebruik van de fiets moeilijker gemaakt. Als elk gehucht bediend moet worden met bussen, knaagt dat aan de snelheid, frequentie en bezetting. Ook het buurtspoorwegennetwerk, ooit nog een belangrijke factor in de ontwikkeling van landelijke dorpen, is afgebouwd. Kleine treinhaltes werden gesloten.

Anderzijds botst een stad als Leuven op haar grenzen. De vraagt overtreft het aanbod. “Leuven kan de groei niet meer alleen aan”, stelt Van Reeth. “De woningmarkt is hier oververhit.” Zo vermenigvuldigden tussen 2000 en 2010 de vastgoedprijzen in Leuven met 2,5. Jonge gezinnen trokken massaal weg. “We moeten dan ook af van de traditionele afbakening van de stedelijke gebieden omdat die de groeimogelijkheden van de stad beknotten en nog meer mensen naar de periferie drijven”, luidt de analyse op Regionet Leuven.

Van linten naar corridors

Corridor Leuven-Diest. Bron: Regionetleuven.be

Corridor Leuven-Diest. Bron: Regionetleuven.be

Corridor Leuven-Diest. Bron: regionetleuven.be

Corridor Leuven-Diest. Bron: regionetleuven.be

Maar als de stad uit haar voegen barst moeten ze zich kunnen ontplooien in nauwe coördinatie met de omliggende gemeenten zodat er een wenselijke ruimtelijke ontwikkeling kan ontstaan. Regionet Leuven pleit voor een vorm van bundeling. Door in een ster rond Leuven enkele hoofdassen te ontwikkelen waarop geconcentreerde woonkernen worden uitgebouwd met snelle verbindingen voor openbaar vervoer. Door de verdichting van deze kernen ontstaat voldoende kritische massa voor de uitbouw van lokale voorzieningen. Dat verhoogt het leefcomfort en heeft bovendien een gunstige impact op de mobiliteit: korte verplaatsingen gebeuren eerder te voet en per fiets. Dus geen lintbebouwing maar corridors waar woonkernen aan liggen met snelle verbindingen van openbaar vervoer en fietsinfrastructuur.

Deze strategie vraagt om een totale heroriëntering van onze ruimtelijke ordening. Om dit betaalbaar te maken zijn nieuwe instrumenten nodig.. Binnen Regionet Leuven wordt daarom de piste van overdraagbare ontwikkelingsrechten en verevening tussen gemeenten onderzocht. Zo worden gemeenten niet langer fiscaal aangespoord om open ruimte te laten bebouwen.

Fusiekoorts

Ruimtelijke ordening is geen mathematische functie van betaalbaarheid alleen. Leefbaarheid, het behoud van kwalitatief groen, het oplossen van de mobiliteitscongestie enz. moeten de ruimtelijke logica sturen. Toeval of niet maar de huidige politieke discussie over fusies van gemeentes, is volgens Van Reeth van belang om die ruimtelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Heel wat burgemeesters schieten vandaag in een conservatieve kramp. “Je zou goed gek zijn om als kleine gemeente te fuseren, het is politieke zelfmoord”, laat Professor Herwig Reynaert (UGent) optekenen in De Standaard.

“Vandaag zijn gemeentes te vaak competitors. Kort door de bocht: ze willen graag meer inwoners omdat ze dan ook meer inkomsten hebben”, aldus Johan Van Reeth. “Fusies kunnen mee een oplossing bieden omdat ze deze competitie reduceren, maar lijken politiek vandaag nog heel ver af. Elke poging om het mobiliteitsprobleem en de ruimtelijke wanorde aan te pakken zal maar slagen als er nauwe samenwerking komt tussen gemeentes. Op korte termijn zullen we moeten inzetten op een verregaande interbestuurlijke samenwerking binnen stadsregio’s, die niet alleen de lokale besturen maar ook de hogere overheden engageert. Rond Regionet Leuven is zo’n samenwerking opgestart. We merken dat het onderling wantrouwen bij de besturen snel afneemt en de wil om samen resultaat te boeken evenredig groeit.”

Aanrader: Regionetleuven.be

Regionet Leuven heeft een uitstekende website Regionetleuven.be die het project heel helder uitlegt en alles met afbeeldingen en grafieken in kaart brengt. Het is een echte aanrader voor wie zich ergert, zoals Geert Noels hierboven, aan de vernietiging van de open ruimte in ons land, en graag meer te weten komt over oplossingen. 


Addendum: Duurzaamheidskompas van BUUR

Duurzaamheidskompas van BUUR

BUUR ontwikkelde een duurzaamheidskompas waarin alle aspecten van duurzamheid werden in opgenomen. “Het is een open systeem in tegenstelling tot de bestaande meetinstrumenten zoals LEED en BREEAM. Die meetinstrumenten hebben hun merites maar werken minder goed voor complexe systemen. Context is belangrijk. De verwachtingen voor hartje Sint-Joost-Ten-Noode zijn bij voorbeeldanders dan voor de nieuwe ontwikkelingen aan Vaartkom in Leuven. Die meetinstrumenten houden daar geen rekening mee. Het duurzaamheidskompas dat we hebben laten ontwikkeld laat toe om prioriteiten te kiezen en te verifiëren of je met alle aandachtspunten rekening hebt gehouden.”