Naar een toekomst van modulair bouwen?

Het verhaal van Marc en Annie in Terzake (Canvas, 17/03/2015) is aangrijpend maar realiteit: de plotse diagnose van de slopende ziekte zoals ALS gooit je leven hopeloos overhoop. Niet alleen sociaal maar ook praktisch. Pas op die momenten beseffen we dat onze woning niet voorbereid is op verandering en dat aanpassingen niet vanzelfsprekend zijn. Om daarop een antwoord te kunnen geven laat de Vlaamse Overheid de mogelijkheden van modulaire woninguitbreidingen onderzoeken. Maar wat is modulair bouwen en welke impact heeft het op het milieu?

Modulair bouwen, een containerbegrip

Niet alleen de Vlaamse Overheid zet in op modulair bouwen met het onderzoeksproject “Naar een toekomst van mobiele zorg”. Ook het Antwerpse Stadslab2050 bepleit modulair bouwen in haar Ideeënboek “Nieuwe geWOONtes”. En het was oktober 2012 wanneer Elke Van Rompuy op Zeronaut.be schreef over Modulaire woningbouw met scheepscontainers.

Container, dat is inderdaad de stempel die de modulaire woninguitbreidingen krijgen. Naar aanleiding van het nieuwe onderzoeksproject kopte Het Nieuwsblad: “Vlaanderen bouwt containers voor bejaarden”, Het Laatste Nieuws: “Container voor inwonende ouderen” en De Gazet van Antwerpen “Container voor wie oma en opa niet in huis wil nemen”. Een perceptie die terecht gemengde reacties uitlokt: niemand wil in een scheepscontainer wonen. Nochtans wordt met het verhaal van Marc en Annie de maatschappelijke waarde van modulaire woninguitbreidingen pakkend geïllustreerd. Om voorbij het containerbegrip modulair bouwen te raken, ontrafelen we in dit artikel het begrip in drie principes en linken we enkele maatschappelijke uitdagingen aan de sociale en ecologische voordelen van modulair bouwen.

Van standaard naar combineerbaar

Modulair bouwen is niet nieuw. Het is minstens zo oud als de stoommachine en kende na de tweede wereldoorlog haar hoogdagen in Europa en de Verenigde Staten. Iconische voorbeelden zoals Habitat 67 (Moshe Safdie) en de Nakagin Capsule Tower (Kisho Kurokawa) staan in het geheugen van architecten gegrift. De projecten wilden een antwoord bieden aan het grote woningtekort, maar door hun doorgedreven, haast dicterende standaardisatie verloren ze de diversiteit van de bewoners uit het oog. Het idee werd dan ook geen overweldigend succes.

Modulair bouwen is niet nieuw, maar de maatschappelijke uitdagingen zijn wel veranderd. In Vlaanderen is niet zozeer een woningtekort het probleem, wel de steeds sneller veranderende verwachtingen die we hebben van onze gebouwen. Trends zoals thuiswerken, mantelzorg, eenoudergezinnen of co-housing zetten onze woningen onder druk. Modulaire modules, kunnen dan een antwoord bieden. Ze kunnen snel ingeplugd worden op het bestaand vastgoed en de kwaliteit ervan tijdelijk verbeteren. Een kantoor op je dak, zorgwoning in de tuin, of kangoeroemodule op je oprit vereisen wel dat onze bestaande gebouwen daarop voorbereid zijn. Modulair betekent dus eenvoudig combineerbaar met andere modules maar ook met verschillende bestaande woningen.

Deze oefening lijkt technisch haalbaar maar wordt zelden gemaakt: voldoende draagcapaciteit en het voorzien van ruimte voor extra leidingen sluiten aan bij het gezond verstand maar zijn geen bewuste keuze. Een nog grotere uitdaging is om de combinatiemogelijkheden te vergroten: de vorm en afmetingen van de woning, de ruimte eromheen en de modules zelf is immers erg bepalend. Slimme concepten zoals casco en inbouw, open building of mass-customisation spelen hierop in.

Van aangepast naar aanpasbaar

Een kantoor op je dak is toch heel iets anders dan een donkere, koude scheepscontainer. De module die Marc en Annie aan hun woning lieten plaatsen is gelukkig ook geen container. De module is aangepast aan de specifieke zorg die Marc nodig heeft en aan de bestaande woning. Ze is voorzien van een aanpaste badkamer en slaapruimte. De module is ook zo ontworpen dat ze aansluit aan de deuropeningen achteraan de bestaande woning en dat de ramen van de module georiënteerd zijn naar de tuin. Niet verwonderlijk want woonkwaliteit staat centraal in dit verhaal.

Deze aangepaste eigenschappen maken de module net ook relevant. De integrale toegankelijkheid van de module is de kwaliteit die de bestaande woning ontbrak. Door ze samen te voegen kan het koppel in de woning blijven wonen. En zo zijn er nog heel wat scenario’s denkbaar: een student die tijdelijk bij een gastgezin intrekt, een koppel dat tijdens de verbouwingswerken aan hun huis een module bij de buren plaatst of een kustcollectief dat een zelfstandige studio op een braakliggend terrein in de stad plaatst. Zij upgraden wat al bestaat.

Maar de specifieke eisen zijn ook een mogelijke verklaring voor de hoge kost van de module: het is op en top maatwerk en dat heeft zijn prijs. Een alternatief voor zo’n aangepaste module is het ontwikkelen van een aanpasbare module. Geen statisch monoliet maar een open kader dat met verschillende elementen ingevuld kan worden: gevelpanelen, ramen, binnenwanden, technische elementen, enzovoort. Wanneer die demonteerbaar worden gemonteerd is het eenvoudig ze te herschikken of aanvullen met nieuwe elementen en zo de module aan te passen voor de volgende gebruiker. Deze mogelijkheid om een module telkens aan te kunnen passen is trouwens een noodzakelijke voorwaarde om het hergebruik in een nieuwe situatie mogelijk te maken.

Van tijdelijk naar herbruikbaar

Het grote voordeel van de voorgestelde modulaire woninguitbreidingen is dat zij tijdelijk zijn. Dat betekent dat de gebruiker ook niet de volledige financiële investering hoeft te dragen om van de extra kwaliteiten gebruik te kunnen maken. Hun mobiel karakter, dat is de mogelijkheid om ze snel los te koppelen, verplaatsen en opnieuw installeren is hierbij een troef. Het onderzoek van de Vlaamse Overheid zal nu op zoek gaan naar die financieringsmogelijkheden en verdienmodellen die het best passen bij deze bouwmethode.

Hier schuilt wel het belangrijkste risico: worden het wegwerpmodules of herbruikbare elementen? Met de ecologische uitdagingen waar onze maatschappij eveneens voorstaat, is het nodig de modules door een levenscyclusbril te bekijken. Die laat ons verschillende vragen stellen. Welke materialen zijn nodig om modules te bouwen en wat is hun initiële milieu-impact? Wat is de impact van het transport van de erg volumineuze modules? Hoe vaak kunnen de modules worden hergebruikt? En kunnen de materialen worden gerecycleerd wanneer ze aan het einde van hun levensduur zijn gekomen? Of nog met andere woorden: in welke materialen investeer je het best: in materialen met een lange levensduur maar geen onbelangrijke milieu-impact maar of in materialen met een korte levensduur die recycleerbaar zijn?

Enkel een objectieve en vergelijkende levenscyclusanalyse kan hierop een antwoord bieden. Onderzoeksprojecten uitgevoerd door VUB, KULeuven, VITO en WTCB geven alvast aan dat investeren in herbruikbare bouwelementen of materialen in combinatie met veranderingsgerichte ontwerpkeuzes een belangrijk milieuvoordeel kan opleveren in vergelijking met de conventionele bouwoplossingen. Dit is volledig in lijn met de ambities van de Vlaamse Overheid om de materialenkringloop te sluiten: aan het einde van de gebruiksfase is de module geen afval maar kan ze worden aangepast of gedemonteerd. Het verdienmodel van een circulaire economie staat vandaag in het middelpunt van de belangstelling en sluit daar perfect bij aan.

Veranderingsgericht

In het onderzoekproject ‘Veranderingsgericht bouwen’ werkten OVAM, VITO, VUB en KU Leuven samen met architecten en de VMSW aan woningen die makkelijk en efficiënt  aan te passen zijn aan onze steeds veranderende noden. Afbeelding KPW Architecten (2015).

In het onderzoekproject ‘Veranderingsgericht bouwen’ werkten OVAM, VITO, VUB en KU Leuven samen met architecten en de VMSW aan woningen die makkelijk en efficiënt  aan te passen zijn aan onze steeds veranderende noden. Afbeelding KPW Architecten (2015).

De maatschappelijke relevantie van modulaire woningbouw staat buiten kijf: als alternatief voor onze woningen die maar moeilijk of tegen hoge kosten aangepast kunnen worden, kunnen modulaire uitbreidingen als tijdelijke oplossing worden ingezet. Zo kunnen we tegemoet komen aan de steeds sneller veranderende eisen die we stellen aan onze woningen.
Maar de geschiedenis leert ons dat deze modules niet zondermeer gestandaardiseerd kunnen worden en het ontwerp ervan afgestemd moeten worden op onze diverse woongewoontes. Hier ligt een uitdaging voor architecten, productontwikkelaars en het beleid. Met het onderzoeksproject dat nu is aangekondigd kan in ieder geval een nieuw licht werpen op de financiële en juridische voorwaarden voor een geslaagde toepassing van het bouwen met kamergrote modules.

Maar de precieze uitwerking van de modules zal het succes meebepalen. De aanpasbaarheid en herbruikbaarheid van de modules zal maken of ze een sociaal, ecologisch en financieel duurzame toepassing kunnen worden: hergebruik van de modules en invulelementen maakt het financieel haalbaar terwijl ze ook afval vermijden en zo een belangrijke reductie van de milieu-impact kunnen betekenen. Daarnaast zal ook hun combineerbaarheid met de bestaande gebouwen een sleutelrol en is het zinvol steeds veranderingsgericht te bouwen zodat iedere woning klaar is voor een eventuele uitbreiding.